Parket Oost-Vlaanderen

Morgen treedt de Wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed (B.S. 06/11/2017) in werking.

Deze nieuwe wet, kortweg ook ‘kraakwet’ genoemd, voorziet voortaan in de strafbaarstelling van het ‘kraken’ van zowel bewoonde als onbewoonde panden. Daarmee komt een einde aan de niet-strafbaarstelling van het ‘kraken’ of ‘bezetten’ van bewoonde en onbewoonde panden.

In beide gevallen gaat het om een voortdurend misdrijf en kan de politie op basis van heterdaad tussenkomen, in alle gevallen waar er aanwijzingen zijn van het bezetten van een pand.

Het bezetten of het ‘kraken’ van een pand (bewoond of onbewoond) en zonder toestemming van de eigenaar of huurder, kan onder geen beding gedoogd worden.

Het parket OVL zal terzake de nieuwe wet strikt toepassen en wenst een duidelijk signaal te geven dat gratuite inbreuken op eigendomsrechten niet kunnen aanvaard worden. De politiediensten ontvingen terzake duidelijk uitgestippelde richtlijnen.

BEWOONDE PANDEN

Het gewijzigde artikel 439 Sw. (woonstschennis) voorziet voortaan niet enkel het binnendringen in het bewoonde pand, doch ook het bezetten ervan en het erin verblijven zonder toestemming.

De strafmaat blijft behouden: gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en/of geldboete van 26 tot 300 euro (te vermenigvuldigen met de opdeciemen, op dit ogenblik x 8).

Het pand kan bij vaststelling van dergelijk misdrijf onmiddellijk worden ontruimd.

ONBEWOONDE PANDEN

De nieuwe wet voorziet voortaan ook de strafbaarstelling van het ‘kraken’ van onbewoonde panden. Dit nieuwe artikel 442/1 van het Strafwetboek betreft een klachtmisdrijf, wat inhoudt dat de eigenaar of huurder eerst klacht dient neer te leggen alvorens parket en politie kunnen overgaan tot onderzoek. De klager kan tevens verzoeken dat bevel zou worden gegeven het pand te ontruimen.

De verdachten zullen onmiddellijk worden geïdentificeerd en uitgenodigd voor verhoor, zoals de wet voorziet. Zij plegen op dat ogenblik een misdrijf en riskeren hierbij een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 maand en/of een geldboete van 26 tot 100 euro.

Na het verhoor, dat binnen enkele dagen plaatsvindt, wordt overgegaan tot de aanplakking aan het betrokken pand van een door het parket uitgevaardigd bevel tot ontruiming. Het OCMW krijgt hiervan eveneens kennis zodat zij desgevallend tussenkomst kunnen verlenen voor opvang in een legale woonst.

De ‘krakers’ beschikken, na de aanplakking van het bevel tot ontruiming, over een termijn van 8 dagen om het pand te verlaten. Doen zij dit niet, dan maken zij zich schuldig aan een nieuw misdrijf waarop de wet een zwaardere bestraffing voorziet, namelijk een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 jaar en/of een geldboete van 26 tot 200 euro.

Binnen diezelfde termijn van 8 dagen kunnen de ‘bezetters’ tegen het bevel tot ontruiming eventueel hoger beroep aantekenen bij de bevoegde vrederechter.

De wet voorziet dat binnen de 10 dagen na neerlegging van het verzoekschrift hoger beroep, de zaak op zitting komt, waarna de vrederechter opnieuw over 10 dagen tijd beschikt om vonnis te vellen. Er dient door de vrederechter geoordeeld te worden of het hoger beroep (on)ontvankelijk en (on)gegrond is. De vrederechter kan in uitzonderlijke en ernstige omstandigheden een langere termijn bepalen dan de 8 dagen die voorzien zijn in het bevel tot ontruiming. Deze termijn mag evenwel niet langer dan respectievelijk 1 maand of 6 maanden bedragen, afhankelijk of eigenaar/huurder een natuurlijke persoon/privaatrechtelijke rechtspersoon is dan wel een publiekrechtelijke rechtspersoon.

Na de uitspraak van de vrederechter en afhankelijk van de inhoud van het vonnis, kan het parket dan overgaan tot ontruiming van het pand.

An Schoonjans, persmagistraat PK Oost-Vlaanderen

Pagina's