Actualités

12-01-2021 - Parket Leuven

De politie van Haacht werd op maandag 11 januari rond 10 uur opgeroepen voor een woningbrand in de Neerstraat in Haacht. Ze waren gealarmeerd door een vriend van de bewoner van het huis die verontrustende berichten had ontvangen.

De bewoner van het huis bevond zich buiten de woning. Omdat de man aangaf dat hij de brand zelf had gesticht, werd hij gearresteerd. In zijn verhoor gaf hij toe dat hij het vuur zou hebben aangestoken ter hoogte van de trap van de woning. Hij zou misnoegd zijn geweest over het feit dat hij binnenkort de woning moest verlaten.

De branddeskundige en het labo, die door het parket waren aangesteld en ter plaatse onderzoek deden, kwamen in hun eerste bevindingen ook tot de vaststelling dat de brand hoogst vermoedelijk was aangestoken.  De huurwoning werd overigens onbewoonbaar verklaard.

Het parket vorderde de onderzoeksrechter tegen de 38-jarige bewoner van de woning op verdenking van opzettelijke brandstichting. De man werd op dinsdag 12 januari voorgeleid en aangehouden.

12-01-2021 - Parket Antwerpen

Het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), het parket Antwerpen en de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen slagen er met een nieuwe wetenschappelijk onderbouwde onderzoeksstrategie in om twee keer zoveel verkrachtingsdossiers op te lossen. Die aanpak hebben ze de voorbije 3 jaar samen ontwikkeld. De innovatieve aanpak van zedenfeiten, ook wel bekend onder de naam code 37, werpt zijn vruchten af. Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne zal de onderzoeksstrategie uitbreiden naar andere parketten om de hoge seponeringsgraad voor seksueel geweld terug te dringen.

 

Jaarlijks worden in ons land naar schatting 75.000 vrouwen slachtoffer van seksueel geweld. Een erg hoog cijfer, dat elk jaar tot zo’n 8.000 aangiftes van aanranding of verkrachting bij de parketten leidt. Uit die aangiftes vloeien amper 900 veroordelingen voort. Dit wordt mede veroorzaakt door een hoge seponeringsgraad wegens gebrek aan bewijs. Het parket van Antwerpen wou beter doen en sloeg de handen in elkaar met het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie voor een nieuwe aanpak. Ze werkten samen in een baanbrekend pilootproject dat in 2017 van start ging.

 

  1. Wetenschappelijke analyse van de cases

Om een goede strategie uit te werken, moest eerst een duidelijk beeld gevormd worden van het type zaken dat door het parket onderzocht werd. Verschillende types zaken vereisen immers verschillende onderzoeksmethodes. Analyse leerde dat 32% van de aangiften een onbekende dader betreft. In 30% van de gevallen gaat het om een zedenfeit met een verdachte die het seksueel contact betwist. De dossiers waarbij niet het seksueel contact maar wel de toestemming worden betwist, bleken goed voor 28% van de zaken in Antwerpen. Nu kan voor elk type zaak een verdere aanpak uitgewerkt worden.

 

  1. Forensische adviseurs NICC nauw betrokken bij onderzoek

Een tweede cruciale succesfactor is het intensief betrekken van de dienst forensisch advies van het NICC bij het onderzoek. Antwerps procureur des Konings Franky De Keyzer legt uit: “De dienst forensisch advies van het NICC is een onmisbare partner geworden van het parket. Zij volgen het dossier inhoudelijk mee op van in de beginfase en leveren professioneel advies. Zedenfeiten zijn nooit rechttoe rechtaan. We merken dat naargelang de resultaten van de onderzoeken nieuwe pistes mogelijk worden, en dat de aanpak, de bevraging, de aansturing van het dossier verandert. Het is geen standaardaanpak, maar we onderzoeken samen maximaal alle mogelijke opties en dat leidt onherroepelijk tot minder seponeringen.” Samen met het NICC werd een aanpak uitgewerkt met diverse onderzoeksstrategieën voor de verschillende soorten dossiers.

 

  1. Sporenonderzoek: meer dan enkel spermasporen

In verkrachtingsonderzoeken werd klassiek gefocust op spermagerelateerde sporen. Werden die niet gevonden of leidden die tot niets, dan stopte het onderzoek vaak en werd er geseponeerd. Volgens de dienst forensisch advies van het NICC, kon dat anders: “Verkrachtingsdossiers worden gekenmerkt door een hoog contactgehalte. De afwezigheid van spermavloeistof staat niet zomaar gelijk aan de afwezigheid van mannelijk DNA. Huidcontact of speekselsporen bijvoorbeeld kunnen ook helpen verdachten te identificeren. Daarbij hebben we methoden ontwikkeld om samen met het slachtoffer nauwkeurig aan te duiden waar de aanraking gebeurde om zo beter sporen op kledij of het lichaam terug te vinden.” Het motto van het NICC is niet voor niets ‘Haalt veel uit weinig’. Dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt, blijkt uit de cijfers. Van de aangiftes van zedenfeiten met een onbekende dader, kwam het slechts in 11% van de gevallen tot een veroordeling. Door de nieuwe aanpak steeg dit cijfer naar 36%. Het parket van Antwerpen slaagde er door de professionele samenwerking met het NICC dus in om drie keer zoveel onbekende daders op te sporen en te veroordelen. 

 

  1. Verklaringen van verdachten en slachtoffers gerichter forensisch onderzoeken

Voor zaken waarbij de verdachte wel gekend is, maar een verklaring aflegt die niet strookt met die van het slachtoffer werd ook beroep gedaan op de expertise van het NICC. “Het is belangrijk om enerzijds de betrokken partijen te bevragen over de betwisting van het contact en anderzijds het contact te definiëren en wetenschappelijk te onderzoeken. Zo kunnen we heel gericht onderzoeksdaden stellen en zien welke versie van de feiten overeenstemt met de waarheid”, legt onderzoeksrechter Christian Van Wambeke uit. Dit is met name belangrijk om zaken te onderzoeken waarbij de dader betwist dat er seksueel contact is geweest. Als de speurders bijvoorbeeld speekselsporen op het lichaam of de kledij van het slachtoffer vinden, dan kan dit een bewijselement zijn. Zo steeg het aantal veroordelingen voor zedenfeiten waarbij het seksueel contact betwist werd van 20% naar 36%. Anderzijds: waar er voorheen bij dit soort zaken nooit kon geconcludeerd worden dat er geen misdrijf gebeurd was, werd dit nu in 14% van de gevallen wel bewezen geacht.

Ook voor zaken waarbij de verdachte het seksueel contact niet betwiste, maar stelde dat er wél toestemming was (i.t.t. verklaring slachtoffer), kon beroep gedaan worden op de expertise van het NICC. Denk hierbij aan een toxicologisch onderzoek. Ook hier werd het aantal veroordelingen verdubbeld van 11% naar 24%.

 

  1. Het slachtoffer centraal

Voor procureur des Konings Franky De Keyzer is aandacht voor het slachtoffer cruciaal: “Vanuit het parket vonden en vinden we het belangrijk om een sterk signaal te geven aan de slachtoffers. Het is altijd nuttig om aangifte te doen zodat er een onderzoek kan volgen. Wij zullen er steeds alles aan doen om de schuldige te vinden en te kunnen vervolgen.”

Een aanpak die strookt met de plannen van minister van Justitie Van Quickenborne: “Een van onze doelstellingen is om justitie menselijker te maken. Voor de slachtoffers van verkrachting is dit een afschuwelijke, traumatische ervaring. We moeten hen vanuit justitie steeds laten merken dat we hun aangifte ernstig nemen en er alles aan zullen doen om de dader te veroordelen. Het opvangen van slachtoffers in zorgcentra om hen professioneel te omringen en hen op eigen tempo hun verhaal te laten doen is een beproefde aanpak die we onder meer in het UZ Gent zien. Momenteel hebben we 3 zorgcentra in ons land. Dit aantal moet uitgebreid worden naar 10 zorgcentra. Ook in Antwerpen komt er een. Daarnaast voorzien we een doortastende aanpak bij rechtbanken waar we meer zaken effectief kunnen oplossen en dus vervolgen.”

Spectaculaire resultaten

De resultaten van de contextuele aanpak per type verkrachtingsdossier liegen niet. Of het nu gaat om een zaak met onbekende dader, een betwisting over seksueel contact of een betwisting qua toestemming. Een blik op de cijfers tussen referentiejaar 2014-2015 en 2017-2018, het jaar waarin het pilootproject startte, toont de hogere succesratio van de vernieuwde strategie. 

 

Code 37, resultaten uitgedrukt in %

 

Code 37, resultaten uitgedrukt in %

 

Minister van Justitie Van Quickenborne is onder de indruk van de goeie Antwerpse aanpak: “Het aanpakken van seksueel misbruik is een absolute prioriteit. We willen justitie sneller, menselijker en straffer maken. Dat doen we ten eerste door meer zaken op te lossen en daders te veroordelen. Antwerpen toont hoe dat moet. Deze aanpak gaan we uitbreiden naar heel het land. Daarnaast moeten we aandacht hebben voor het slachtoffer. Het uitbreiden van het aantal zorgcentra is daarvoor cruciaal. Tot slot moeten we seksueel misbruik ook strenger bestraffen. We gaan daarom het luik seksueel misbruik uit het nieuwe strafwetboek lichten en versneld doorvoeren in het parlement. Met deze aanpak kunnen we seksueel misbruik strenger bestrijden en de slachtoffers beter helpen.”

 

Meer info :

 

Edward Landtsheere – Woordvoerder Kabinet Vice-eersteminister en minister van Justitie, belast met de Noordzee, Vincent Van Quickenborne  - +32 479 44 93 29

 

Kristof Aerts – Communicatiedeskundige -  03 257 91 51 -  0473 82 90 16

www.openbaarministerie.be

 

10-01-2021 - Parquet de Bruxelles

Le 10 janvier 2020, aux alentours de 5h, une personne s’est présentée chez un riverain de la chaussée d’Edingen à Halle prétendant avoir fait l’objet d’un enlèvement la veille, à Anderlecht. La police locale a été prévenue ainsi que les unités spéciales de la police fédérale.

Après l’établissement d’un périmètre de sécurité, les unités spéciales de la police fédérale sont intervenues dans un bâtiment à Halle et quatre personnes ont été privées de liberté.

L’enquête est actuellement en cours pour déterminer ce qu’il s’est passé.

Dans l’intérêt de l’enquête, aucun autre commentaire ne sera fait aujourd’hui.

 

Stéphanie Lagasse

Porte-parole

 

07-01-2021 - Parket Oost-Vlaanderen

Dinsdagmiddag 5 januari 2021 diende de politie van Aalst tussen te komen bij een dispuut tussen de huurder en de eigenaar van een pand in Aalst. De huurder zou vernielingen hebben aangebracht in zijn studio.

De huurder, een 40-jarige man uit Aalst en geen onbekende voor politie en gerecht, was zeer agressief ten aanzien van de politieagenten en verzette zich hevig tegen zijn arrestatie. Hij droeg ook geen mondmasker. Op een gegeven moment spuwde hij naar de agenten.

De man kon overmeesterd worden en werd meegenomen naar het politiebureel voor verhoor.

Gelet op het spuwincident werd de verdachte overgebracht naar het ziekenhuis voor een Covid-sneltest. Hij bleek besmet te zijn met Covid-19.

Het parket OVL besliste de man voor te leiden voor de onderzoeksrechter in Dendermonde wegens ‘het verspreiden van klaarblijkelijk ongevaarlijke stoffen die ernstige gevoelens van vrees voor aanslagen kunnen opwekken’ en ‘ongewapende weerspannigheid’.

De onderzoeksrechter heeft de verdachte aangehouden.

De agenten waar hij naar spuwde zijn allen in quarantaine.

 

Communicatiecel parket Oost-Vlaanderen

06-01-2021 - Parket Oost-Vlaanderen

De Federale Gerechtelijke Politie Oost-Vlaanderen heeft op 5 januari 2021 een bende opgerold die verdacht wordt van drugsproductie en -handel. Er werden tien huiszoekingen uitgevoerd en twaalf verdachten opgepakt. De onderzoeksrechter te Dendermonde plaatste tien van hen onder aanhoudingsmandaat. Bij de huiszoekingen werden twee cannabisplantages ontdekt, alsook meer dan 500 XTC-pillen en enkele vuurwapens. Drie BMW’s en 50.000 euro cash geld werden inbeslaggenomen.

De Federale Gerechtelijke Politie Oost-Vlaanderen is, onder leiding van het parket van Oost-Vlaanderen, begin 2020 een onderzoek gestart naar een bende die zich inlaat met cannabisplantages.

De aanleiding voor het onderzoek waren de ontdekking van een cannabisplantage in Edingen eind 2019 en in Aalst begin 2020. Door middel van grondig onderzoek zijn de speurders erin geslaagd de bende achter deze plantages in beeld te krijgen. Het parket van Oost-Vlaanderen besliste de onderzoeksrechter te Dendermonde te vorderen voor het verder onderzoek naar deze bende.
De bende zocht op verschillende plaatsen in België naar locaties om een plantage op te zetten. Ze huurden de locatie en vormden deze om tot goed uitgebouwde cannabisplantages. In juli 2020 werd in Jumet (Charleroi) een plantage van 3500 planten ontdekt door de FGP Charleroi die kan gelinkt worden aan dezelfde organisatie.

Huiszoekingen

Op 5 januari 2021 werden in dit dossier tien huiszoekingen uitgevoerd, waaronder vier in Antwerpen, twee in Erpe-Mere, en telkens één in Gent (Oostakker), Luik, Anderlecht en Opzullik (Silly).

Tijdens deze huiszoekingen werden twee plantages aangetroffen: een plantage van 3500 planten (waarvan een deel reeds geoogst) in Opzullik en een plantage van 790 planten in Oostakker. De plantage in Oostakker bevond zich boven een Chinees restaurant. Bij de inval in Opzullik werden ter plaatse vijf ‘plukkers’ aangetroffen die de oogstrijpe planten aan het verwerken waren. Er werd ook een BMW onderschept met in de koffer een grote hoeveelheid cannabis (13,5 kg).

Bovendien werd bij de verschillende huiszoekingen het volgende aangetroffen:
•    Drie vuurwapens
•    Twee tasers
•    Meer dan 500 XTC-pillen
•    GPS-bakens, spyware, strijkzakken, een weegschaal,…

Drie BMW’s, een Rolex-horloge en ongeveer 50.000 euro aan cash geld werden inbeslaggenomen.

Twaalf verdachten voorgeleid bij de onderzoeksrechter

Tijdens de actie werden in totaal twaalf verdachten opgepakt. Het betreft negen mannen en drie vrouwen, allen van Aziatische afkomst. De onderzoeksrechter te Dendermonde liet tien verdachten in zijn kabinet voorleiden en plaatste hen allemaal onder aanhoudingsmandaat. Twee verdachten mochten na verhoor beschikken.  

Bij de huiszoekingen kreeg de FGP Oost-Vlaanderen versterking van de FGP’s van Antwerpen en Bergen, van de politiezones Sylle et Dendre, Antwerpen, Luik, Gent en Erpe-Mere/Lede en van de hondensteun van de Federale Politie. Ook de Civiele Bescherming en brandweerdiensten verleenden bijstand, onder andere voor het opruimen van de plantages en het vernietigen van de planten. De directie Beveiliging (DAB) van de Federale Politie zorgde voor een COVID-veilige overbrenging van de verdachten naar de politiegebouwen.

 

Communicatiecel parket Oost-Vlaanderen

05-01-2021 - Parket Oost-Vlaanderen

Deze ochtend omstreeks 8u30 werd een cipier in de gevangenis van Gent aangevallen door een gedetineerde. De feiten vonden plaats in een werkplaats.

De cipier, een vrouw, werd verwond met een schaar en werd door de gedetineerde in een greep genomen. Een collega-cipier kwam tussenbeide.

De vrouw werd voor verzorging overgebracht naar het ziekenhuis. Zij mocht ondertussen het ziekenhuis verlaten.

De verdachte, een 39-jarige man, werd gearresteerd en door de politie meegenomen naar het commissariaat voor verhoor. Het parket werd van de feiten ingelicht. Het onderzoek loopt.

Communicatiecel parket Oost-Vlaanderen

04-01-2021 - Parket Leuven

Op zaterdag 2 januari rond 13.15 uur belde een man aan bij een woning op de Grote Markt in Zoutleeuw. De man mompelde iets over Bpost en het verrichten van een aangetekende zending. Hij zou nog €100 moeten krijgen. De 82-jarige bewoner zei dat hij van niets wist en wilde de deur sluiten. De verdachte man stak zijn voet tussen de deur en kwam binnen. De bejaarde man ging naar zijn telefoon om de politie te bellen. De man volgde hem en er ontstond een schermutseling met wat duw- en trekwerk. De kerstboom viel tijdens de schermutseling op de grond. De overvaller kon de telefoon uit de handen van het slachtoffer nemen.

De buurman had de verdachte gedragingen echter opgemerkt en werd gealarmeerd door hulpgeroep van het slachtoffer. Hij verwittigde de politie en klopte op het raam van het slachtoffer. De overvaller verliet daarop de woning. Hij maakte geen buit. De lokale recherche van PZ Getevallei volgt het onderzoek verder op. Voorlopig is er geen spoor van de dader. Het labo kwam vlak na de feiten ter plaatse om sporen op te nemen. De bejaarde man was onder de indruk van de feiten maar raakte niet gewond.

04-01-2021 - Collège des procureurs généraux

 

Dossiers correctionnels

Flux d’entrée/Flux de sortie

Le ministère public a enregistré en 2019 un flux d’entrée de 575.170 dossiers correctionnels[1] (soit une augmentation de 5 % par rapport à 2018). Parallèlement, le flux de sortie concerne 567.113 dossiers (soit une augmentation de 6 % par rapport à 2018).

 

Infractions[2]

Par rapport à 2018, on observe surtout que (les affaires de) fraude informatique (+33 %) et recel & blanchiment (+25 %) ont subi une augmentation considérable. Le nombre de dossiers de viol & attentat à la pudeur enregistrés a également évolué à la hausse (+10 %), de même que ceux de stupéfiants & dopage (+7 %).

En revanche, sur ces 10 dernières années (2010-2019), le nombre de vols et d’extorsions a baissé de manière significative (-41 %), avec une forte diminution du nombre de vols aggravés (-53 %). Quant aux affaires d’urbanisme et d’environnement, elles sont aussi en baisse (-31 %).

Dans le même temps, il faut noter une augmentation du nombre d’affaires avec un degré de complexité plus élevé, notamment celles de santé publique (+63 %), de fraude informatique (+54 %) et de viol & attentat à la pudeur (+16 %).

 

Orientation des affaires

Le nombre d’affaires auxquelles les parquets ont donné suite a augmenté de 29 % au cours de ces 10 dernières années.

On observe un glissement du mode de poursuite pénale traditionnelle  (via citation directe ou fixation devant la chambre du conseil en vue du règlement de la procédure) vers des mesures alternatives.

Le taux de classement sans suite a diminué au cours de ces 10 dernières années, tant au niveau des classements sans suite pour motifs techniques (-30 %) que des classements sans suite pour motifs d’opportunité (‑28 %)[3].

 

Dossiers de protection de la jeunesse

Flux d’entrée : FQI et MD

En 2019, les parquets de la jeunesse ont enregistré 161.817 affaires de protection de la jeunesse, ce qui représente le flux d’entrée le plus élevé de ces 10 dernières années (soit une augmentation globale de 4 %) et 8 % de plus qu’en 2018.

Ce flux d’entrée concerne 99.513 affaires MD[4] et 62.304 affaires FQI[5].

Le rapport affaires MD/affaires FQI a évolué ces 10 dernières années : la proportion des affaires MD a augmenté pour passer de 47 % en 2010 à 61 % en 2019, tandis que la proportion des affaires FQI a diminué pour passer de 53 % en 2010 à 39 % en 2019.

 

MD

L’augmentation du nombre d’affaires de protection de la jeunesse sur les 10 dernières années est principalement due à une hausse du flux d’entrée d’affaires MD (+36 %).

En 2019, pour les affaires MD, il y a eu un peu plus de notifications pour les garçons (52 %) que pour les filles (48 %), et plus de la moitié de ces affaires concernaient des mineurs de moins de 12 ans.

 

FQI

Le nombre de dossiers FQI a diminué de 25 % au cours de ces 10 dernières années.

Bien que les affaires de délits contre la propriété (entre autres les vols et les extorsions) ont chuté de 45 %, elles constituent encore la partie la plus importante des dossiers FQI (37 %).

Quant aux infractions contre les personnes, le nombre de dossiers de coups et blessures volontaires a diminué (-20 %), alors que les dossiers de harcèlement ont vu leur nombre augmenter de 133 %.

Dans la catégorie de la sécurité et de l’ordre publics, la détention d’armes et le séjour illégal ont vu leur nombre d’affaires augmenter respectivement de 27 % et de 130 %. Le nombre de menaces a par contre baissé de 21 %.

 

***

 

L’ensemble des statistiques des dossiers correctionnels et des parquets de la jeunesse ainsi que les commentaires pour les dossiers correctionnels et les dossiers de protection de la jeunesse sont consultables sur le site Internet du ministère public.

 

 

 
  1. Les affaires pénales font en général l’objet d’une information dans le cadre de laquelle le procureur du Roi dirige l’enquête. Si c’est le juge d’instruction qui dirige l’enquête (par exemple en cas de mandat d’arrêt, de mandat de perquisition ou d’écoute téléphonique), nous parlerons d’instruction (ce qui représente moins de 4 % des dossiers pénaux).

[2] Affaires entrées au parquet.

[3] On distingue deux types de classement sans suite, selon que ce soit pour motifs techniques ou pour motifs d’opportunité :

Un classement sans suite pour motifs techniques s’impose quand le ministère public n’a pas la possibilité d’engager des poursuites, notamment quand l’auteur est inconnu, quand les faits ne sont pas établis, quand les faits sont prescrits, quand le suspect est décédé, etc.

Il peut être procédé à un classement sans suite pour motifs d’opportunité quand les faits sont certes établis, mais que des poursuites ne sont pas jugées opportunes, par exemple parce qu’il s’agit de faits tout à fait mineurs, que le préjudice est peu important voire inexistant, que le dommage a été réparé, en raison de circonstances particulières, du passé judiciaire vierge du suspect, de capacités de recherche insuffisantes, d’autres priorités en matière de recherche et de poursuites, etc.

Une décision de classement sans suite a toujours un caractère provisoire. Tant que l’action publique est recevable, le dossier peut toujours être réouvert et il peut encore être décidé de procéder à des poursuites.

[4] MD = mineurs en danger

[5] FQI = faits qualifiés infraction

 

 

 

27-12-2020 - Parket Antwerpen

De onderzoeksrechter in Mechelen heeft vandaag een 25-jarige man en een 33-jarige vrouw aangehouden voor een poging tot moord op een 54-jarige man. De feiten speelden zich af tegen een familiale achtergrond over het hoederecht van het kleinkind van het slachtoffer.

Op kerstdag voerden 4 verdachten rond 22.30 uur een raid uit op de woning van de 54-jarige man aan de Liersesteenweg in Mechelen. Het glas in de voordeur werd stukgeslagen met een baseballknuppel. Toen de bewoner ging kijken, werd hij zelf aangevallen en werd hij verschillende keren met de knuppel geslagen op het lichaam en op het hoofd. De man liep levensgevaarlijke verwondingen op en ligt in kritieke toestand in het ziekenhuis.

Een van de verdachten werd herkend als de nieuwe vriend van de ex-schoondochter van het slachtoffer. Het gaat om een 25-jarige Roemeen die in Wommelgem woont. Hij kon de volgende ochtend gearresteerd worden samen met de ex-schoondochter.

Het parket heeft de onderzoeksrechter gevorderd en liet het koppel voorleiden voor poging tot moord. De onderzoeksrechter heeft de 25-jarige Roemeen onder aanhoudingsmandaat geplaatst. De 33-jarige ex-schoondochter is aangehouden onder elektronisch toezicht.   

Dinsdag verschijnt de Roemeen voor de raadkamer.

Het gerechtelijk onderzoek, onder meer naar andere betrokkenen, wordt verdergezet door PZ MeWi.

24-12-2020 - Collège des procureurs généraux

Depuis le début de l’application des mesures de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 en mars 2020 jusqu'au 20 décembre 2020, des infractions à ces mesures ont été enregistrées à charge de 147.969 suspects, plus précisément : 

  • 130.376 suspects impliqués dans des dossiers correctionnels ;
  • 16.672 mineurs impliqués dans des dossiers jeunesse ;
  • 921 suspects impliqués dans des dossiers relevant de la compétence des auditorats du travail ;

 

Dossiers correctionnels

Une proposition de transaction (immédiate) a été proposée à 77.325 suspects (59 %). Dans l’intervalle, 52 % des suspects ont procédé à leur paiement. Il s’agit plus précisément de 23.800 transactions et de 16.515 transactions immédiates encodées dans MaCH.

Dans les autres cas, des suspects ont été cités à comparaître (par exemple, en cas de récidive) ou ont fait l’objet d’une mesure alternative, comme une sanction administrative (communale) ou une probation prétorienne.

Pour 22.963 suspects (environ 18 %), le dossier a été classé sans suite en raison (principalement) d’une insuffisance de preuves ou de l'absence d’infraction.

Seuls 2 % de ses dossiers correctionnels ont fait l’objet d’un classement sans suite pour motif d’opportunité (2.647 sur 130.376).

Les suspects qui n’ont pas payé leur transaction (immédiate) sont cités à comparaître.

Au total, au cours de ces 9 derniers mois, 14.838 suspects ont été cités à comparaître dans le cadre de dossiers correctionnels, parmi ceux-ci 8.183 ont déjà fait l’objet d’un premier jugement.

À ce jour, les parquets ont clôturé les dossier de 82.580 suspects (63 %) sur les 130.376 suspects impliqués dans des dossiers correctionnels, ou les suspects se sont présentés devant le tribunal après citation du parquet.

 

Dossiers jeunesse

Un dossier a été ouvert à charge de 16.672 mineurs. 

La suite donnée par le magistrat pourra, en fonction de la gravité et des circonstances des faits ainsi que de la situation du mineur, consister en une lettre d’avertissement, un rappel à la loi, une convocation au parquet en vue d’une extinction de l’action publique moyennant le respect de conditions ou l’exécution d’un projet positif (uniquement en région unilingue de langue néerlandaise), ou la saisine du juge de la jeunesse.

Pour l’instant, le ministère public ne dispose pas encore de données chiffrées détaillées sur ces dossiers.

 

Politique criminelle

« Depuis le début de la crise du coronavirus, le Collège des procureurs généraux conduit une politique criminelle ferme et uniforme à l’égard des infractions aux mesures de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19. Compte tenu des répercussions sociétales particulières de cette crise dans de nombreux domaines, ces infractions sont traitées en priorité par les parquets et les auditorats du travail, comme le démontrent  les statistiques publiées aujourd'hui. Les efforts fournis à cet égard par les magistrats de parquet et le personnel d’appui sont considérables. La façon avec laquelle ils accomplissent ces efforts impose le respect. Ils constituent, en deuxième ligne, un maillon essentiel du renforcement de la réaction judiciaire en période de crise du coronavirus », déclare le procureur général Johan Delmulle, président du Collège des procureurs généraux.  « Nous restons vigilants et nous continuerons, dans l'intérêt de tous et tant que les mesures de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 seront en vigueur, à rechercher et à poursuivre les suspects qui enfreignent la loi. »

 

Consultez les données chiffrées relatives aux infractions aux mesures de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 et à leur traitement judiciaire sur le site web du ministère public.

 

 

22-12-2020 - Parket Antwerpen

De onderzoeksrechter in Antwerpen heeft zaterdag twee mannen van 22 en 25 jaar uit Deurne aangehouden voor hun betrokkenheid bij een granaataanslag in juni.

Op 16 juni 2020 werd rond 4 uur ’s nachts een granaat gegooid naar de inkom van een feestzaal aan de Boterlaarbaan 89 in Deurne. Niemand raakte gewond, maar de schade aan de inkomdeur en in de directe omgeving was aanzienlijk. Tijdens het onderzoek van de Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen, waarbij onder meer camerabeelden onderzocht werden, kwamen een witte Mercedes en een telefoonnummer in beeld die de speurders leidden naar een 22-jarige man uit Deurne en een 25-jarige man uit Deurne.

Bij verschillende huiszoekingen afgelopen vrijdag konden de twee mannen gearresteerd worden. Op hun adressen werden ook verkoopsdosissen cocaïne aangetroffen, maar ook verpakkingsmateriaal en een weegschaal.

De twintigers werden zaterdag onder aanhoudingsmandaat geplaatst door de onderzoeksrechter en ze verschijnen donderdag voor de raadkamer.

De feiten zijn gekwalificeerd als vernieling door ontploffing bij nacht, deelname aan een criminele organisatie en handel en bezit van verdovende middelen in vereniging.

Tijdens hun verhoren ontkennen ze hun betrokkenheid bij de granaataanslag en bij de drughandel.

Contact : communicatiecel parket Antwerpen

18-12-2020 - Parket Oost-Vlaanderen

De politie van politiezone Rhode & Schelde controleerde afgelopen nacht omstreeks 1u30 ter hoogte van de afrit Melle van de R4 een voertuig met Franse nummerplaat. De 5 inzittenden, allen personen met de Franse nationaliteit, gaven toe dat ze op weg waren naar een fuif in een vakantiehuis gelegen langs de Brusselsesteenweg in Melle.

De politie ging ter plaatse en stelde vast dat er in en rond de woning meerdere personen aanwezig waren. De politie nam contact op met het parket en de parketmagistraat gaf toestemming om de woning te betreden.

In de woning werden 15 personen aangetroffen. In de tuin bevonden zich nog 7 andere personen. Alle aanwezigen hadden de Franse nationaliteit, uitgezonderd één persoon met de Belgische nationaliteit. Alle aanwezigen waren meerderjarig.

De woning was gehuurd door één van de aanwezigen via Airbnb.

De huurder (organisator), een 18-jarige Fransman uit de buurt van Rijsel, werd gearresteerd. In opdracht van het parket werd hij onmiddellijk gedagvaard voor de coronazitting van 27 januari 2021 van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent.

De andere aanwezigen kregen een OMS van 750 euro. Bij niet-betaling zullen ook zij door het parket gedagvaard worden.

In de woning werden meerdere capsules met lachgas aangetroffen.

 

Communicatiecel parket Oost-Vlaanderen

18-12-2020 - Parket Oost-Vlaanderen

Gisterenavond kreeg de politie van Gent een oproep dat een kapperszaak in de Bevrijdingslaan open zou zijn. De politie ging een kijkje nemen en stelde vast dat enkele heren netjes gekapt de garage van het pand, gelegen achter de hoek van de kapperszaak, verlieten.

De politie contacteerde het parket en kreeg van het parket de toelating om het pand te betreden.

In de garage troffen ze de kapper aan, samen met nog 7 andere personen. Er stonden in de garage twee kappersstoelen opgesteld.

Voor de kapper, een 34-jarige man uit Gent, werd een pv opgesteld wegens inbreuken op de Covid-regelgeving. Het parket zal hem op korte termijn dagvaarden.

Er werd eveneens een pv opgesteld lastens de BVBA wegens inbreuken op de uitbating van de kapperszaak (negeren bevel tot sluiting).

Het geld dat de kapper ontving van zijn klanten werd in beslag genomen.

De aanwezige personen kregen een onmiddellijke minnelijke schikking van 250 euro wegens inbreuken op de Covid-regelgeving (samenscholing). Bij niet-betaling zullen zij door het parket gedagvaard worden.

 

Communicatiecel parket Oost-Vlaanderen

 

17-12-2020 - Parket Antwerpen

In een gerechtelijk onderzoek van de Federale Gerechtelijke Politie (FGP) Antwerpen naar een internationale drugsorganisatie zijn deze week 17 mensen gearresteerd.

Op 15 en 16 december 2020 werden in de regio Antwerpen en Brussel verschillende huiszoekingen uitgevoerd in het kader van een onderzoek betreffende internationale drugssmokkel.  Het onderzoek werd gevoerd door de Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen, site Turnhout, onder leiding van de onderzoeksrechter in Antwerpen.

Het onderzoek werd eind 2019 geopend door het parket Antwerpen op basis van informatie afkomstig van de Duitse autoriteiten.  In het Belgische onderzoek kon een criminele groepering in kaart gebracht worden, die voornamelijk bestaat uit personen met de Albanese nationaliteit.

Het onderzoek heeft verder aangetoond aan dat deze criminele organisatie in staat was om cocaïne te laten verschepen vanuit verschillende Zuid-Amerikaanse landen naar verschillende Europese havens.  De top van deze organisatie maakte bij wijze van contrastrategie ten volle gebruik van de landsgrenzen van de verschillende Europese landen om zo onder de radar van politie en justitie te proberen blijven.   Tijdens het onderzoek stonden de Belgische politiediensten dan ook in nauw contact met Duitse, Nederlandse, Albanese en Italiaanse politiediensten.

Die goede samenwerking heeft geleid tot inbeslagnames van cocaïne in de havens van Antwerpen (57 kilogram), Vlissingen (Nederland – 50 kilogram) en Civitavecchia (Italië – 80 kilogram). Alles goed voor een totale straatwaarde van ruim 9 miljoen euro.

De onderzoeksrechter gaf de Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen bijgestaan door verschillende steundiensten van de Federale politie, dinsdag en woensdag de opdracht tot 11 huiszoekingen. Daarbij werden 17 personen van hun vrijheid beroofd.  Negen personen werden voorgeleid bij de onderzoeksrechter en zijn onder aanhoudingsmandaat geplaatst. Het gaat om 7 Albanezen, 1 Let en 1 Duitser tussen 24 en 35 jaar.

De aangehouden personen worden er van verdacht een belangrijke organiserende rol te hebben in het geheel en lieten zich voor de uithalingen zelf bijstaan door andere personen. 

Tijdens de verschillende huiszoekingen kon de politie volgende zaken in beslag nemen:

  • ruim 40 kilo cocaïne,
  • een vuurwapen
  • ruim 218.545 Euro cash en vreemde valuta ter waarde van ongeveer 22.600 euro
  • verschillende voertuigen

Enkele kilo’s cocaïne werden aangetroffen in een verborgen ruimte in een voertuig.

 

Contact : communicatiecel parket Antwerpen 

 

15-12-2020 - Collège des procureurs généraux

Le Collège des procureurs généraux a adopté des directives nationales supplémentaires dans une circulaire adaptée [Circulaire COL. 06/2020 du Collège des procureurs généraux, version révisée du 15/12/2020]. Ces directives portent sur une approche plus sévère à l’encontre des fêtes illégales (« lockdown parties »), une délimitation de l’utilisation de drones et sur la visite domiciliaire en cas d'infractions contre les mesures prises pour limiter la propagation du coronavirus.

Depuis le début de la crise sanitaire, le Collège des procureurs généraux a mené une politique criminelle stricte et uniforme à l’égard des infractions contre les mesures prises pour limiter la propagation du coronavirus. Compte tenu de l’impact exceptionnel de cette crise dans de nombreux domaines de la société, ces infractions sont traitées en priorité par les parquets et les auditorats du travail.

L’évolution de cette crise est d'une nature telle que des mesures plus sévères s’imposent en cas de non-respect des règles fixées par les autorités, notamment en cas de fêtes illégales.

 

Fêtes illégales (« lockdown parties »)

En cas de fêtes illégales, le procureur du Roi peut dorénavant infliger une amende de 750 euros (précédemment 250 euros) à chaque participant, et une amende de 4 000 euros (précédemment 750 euros) à l’organisateur. Le parquet peut également décider de citer directement les suspects à comparaître devant le tribunal.

Les rassemblements visés sont ceux qui, de par leur nature (consommation excessive d’alcool, musique, évènement organisé à l’avance, etc.), le grand nombre de participants et l’état d’esprit des participants, témoignent d’une volonté manifeste de transgresser les mesures prises pour limiter la propagation du coronavirus.

Dans ce cas, le procureur du Roi ordonnera, dans le chef des organisateurs et de ceux qui leur ont fourni de l’aide, la saisie des moyens matériels utilisés pour commettre l’infraction (par exemple l’installation sonore, la pompe à bière, les véhicules, les GSM, etc.), ainsi que les bénéfices tirés de l’évènement.

Le cas échéant, le procureur du Roi peut aussi décider, en fonction des circonstances, de saisir les véhicules avec lesquels les participants se sont rendus à la fête illégale.

« Lorsque, de par son comportement en groupe, l’on fait preuve d’un mépris évident pour les efforts consentis par la population, le secteur des soins de santé et les services de police pour pouvoir maîtriser l’épidémie de coronavirus, le contrevenant doit s’attendre à une réaction très ferme de la justice et ne doit pas compter sur son indulgence», indique Johan Delmulle, président du Collège des procureurs généraux.

 

Drones et visite domiciliaire

Le Collège des procureurs généraux apporte également des précisions, dans la circulaire adaptée, au sujet de l’utilisation de drones et de la visite domiciliaire.

« La recherche, par les services de police, d'infractions à l’arrêté ministériel du 28/10/2020 relatif aux mesures prises pour limiter la propagation du coronavirus a une finalité judiciaire et est soumise aux règles spécifiques du Code d'instruction criminelle, et non à des articles généraux de la police administrative qui figurent par exemple dans la loi communale. Ces règles sont à juste titre très strictes en matière de protection du domicile et de ses dépendances et requièrent un équilibre permanent entre l’intervention policière et les libertés et droits individuels », explique Johan Delmulle, président du Collège des procureurs généraux.

 

Drones

Le Collège des procureurs généraux estime que l’utilisation de drones à des fins judiciaires, dans le cadre de l’arrêté ministériel du 28 octobre 2020, à savoir pour constater des infractions contre les mesures prises pour limiter la propagation du coronavirus, n’est pas proportionnelle à l’égard de la gravité des infractions à rechercher (les infractions à l’arrêté ministériel du 28/10/2020 sont punies d’un emprisonnement de 8 jours à 3 mois et d’une amende de 26 à 500 euros, ou d’une de ces peines seulement) et de la violation des libertés et droits individuels.

Par conséquent, les services de police ne peuvent pas utiliser de drones pour la recherche et la constatation d’infractions contre les mesures prises pour limiter la propagation du coronavirus.

Des constatations basées sur l’utilisation d'un drone et qui dérogent à ce principe ne peuvent pas donner lieu à une amende ou à des poursuites devant le tribunal. Les procès-verbaux éventuellement dressés seront classés sans suite.

Pour le Collège des procureurs généraux, l’utilisation de drones afin d’avoir une vue dans un lieu privé (« un lieu non accessible au public »), quelle qu’en soit la finalité (administrative ou judiciaire), n’est pas autorisée.

Bien entendu, l’utilisation de drones reste possible à des fins administratives, par exemple pour avoir une vue sur le nombre de personnes sur une digue de notre littoral ou dans des rues commerçantes afin de prendre d’éventuelles mesures de sécurité.

 

Visite domiciliaire

Le Collège des procureurs généraux estime que la fouille administrative d’un lieu privé sur base de l’article 27 de la loi sur la fonction de police n’est pas autorisée en vue de la recherche et de la constatation des infractions à l’arrêté ministériel du 28 octobre 2020.

La recherche et la constatation des infractions à l’arrêté ministériel du 28 octobre 2020 dans un lieu privé (« un lieu non accessible au public ») ont une finalité judiciaire et sont réglées par le Code d’instruction criminelle et par la loi du 7 juin 1969 fixant le temps pendant lequel il ne peut être procédé à des perquisitions, visites domiciliaires ou arrestations.

Sans préjudice des compétences du juge d’instruction, la perquisition et la visite domiciliaire dans un lieu privé peuvent se faire, tant de jour que de nuit :

  • moyennant le consentement écrit et préalable de la personne qui a la jouissance effective du lieu ; ou
  • lorsque l’infraction est constatée en flagrant délit.

 

Dans le cadre de la recherche et de la constatation des infractions à l’arrêté ministériel du 28 octobre 2020, les dispositions du Code d’instruction criminelle et de la loi du 7 juin 1969 permettant de pénétrer dans un lieu privé en cas de flagrant délit, ne peuvent être appliquées sans accord explicite et préalable du procureur du Roi. En effet, le recours, en l’espèce, à cette prérogative ne rencontrera normalement pas les exigences de proportionnalité auxquelles une ingérence dans la vie privée doit répondre, raison pour laquelle une appréciation par le magistrat du parquet s’impose. Ce dernier appréciera, entre autres, si des indices sérieux existent qu’une infraction à l’arrêté ministériel du 28 octobre2020 est en train de se commettre.

Des constatations des infractions à l’arrêté ministériel du 28 octobre 2020 qui ne sont pas conformes à ce qui précède, ne peuvent pas donner lieu à une proposition de transaction pénale (immédiate) ou à des poursuites. Les procès-verbaux éventuellement établis, seront classés sans suite.

« Respecter l’interdiction de rassemblement et le couvre-feu est essentiel pour maintenir – tous ensemble – l’épidémie sous contrôle. Notre mission et notre devoir sociétaux consistent à continuer à y veiller scrupuleusement, dans l’intérêt de chacun et par respect pour ceux qui suivent les règles », explique Johan Delmulle, président du Collège des procureurs généraux.

 

 

Pages