Een woordje van de procureur-generaal: de strategische doelstellingen van het openbaar ministerie

 

 

Als korpschef van het parket-generaal en van het auditoraat-generaal wens ik een substantiële bijdrage te leveren voor een goede algemene en gecoördineerde werking van het Openbaar Ministerie. Deze doelstelling meen ik onder meer te kunnen verwezenlijken door het communiceren van de visie, missie, waarden en strategische beleidsthema’s van het Openbaar Ministerie, zowel binnen mijn korps als binnen het volledige ressort Gent.

Voor een goede algemene en gecoördineerde werking van het Openbaar Ministerie is evenwel meer nodig. Daarom is de uitbouw van een modern en performant HRM-beleid mijn tweede strategische doelstelling. Een transparante taakverdeling met bijzondere aandacht voor een verticale en horizontale integratie beschouw ik als een belangrijke bouwsteen van dit beleid. Daartoe zijn een prospectief personeelsbehoeftenplan evenals een definiëring van de kerntaken van de magistraten en van het administratief personeel noodzakelijk. Een duidelijke communicatie over de taakverdeling vormt uiteraard het sluitstuk; verwachtings- annex functioneringsgesprekken en planningsgesprekken de uitvoeringsmodaliteiten.

Als een derde logische strategische doelstelling beschouw ik het verder ontwikkelen en uniformeren van de werkprocessen. Dit dient uiteraard te geschieden in een streven naar integrale kwaliteitszorg.

De handhaving van de strijd tegen de gerechtelijke achterstand en de bewaking van de doorlooptijden is ongetwijfeld de meest klassieke doelstelling, maar daarom niet minder belangrijk. Met de hulp van de contactmagistraten en performante informaticatools moet een kwaliteitsvolle afhandeling van de dossiers, burgerlijk en strafrechtelijk, van de parketten van Oost- en West-Vlaanderen, het arbeidsauditoraat, het parket-generaal en het auditoraat-generaal nagestreefd worden. Een grondige analyse van de redenen voor de vertraging in de afhandeling en de uitbouw van een performant recherchemanagement moeten het probleem kunnen helpen remediëren.

Als hoogste verantwoordelijke van het Openbaar Ministerie van het rechtsgebied Gent is het ook mijn taak over de coherente en geïntegreerde uitoefening van de strafvordering te waken en een uniform strafrechtelijk beleid te benaarstigen, in de lijn van de Ministeriële richtlijnen en de richtlijnen van het College van procureurs-generaal. De driemaandelijkse ressortvergaderingen met de procureurs des Konings en de arbeidsauditeur beschouw ik als een belangrijk instrument om een coherent optreden binnen het Openbaar Ministerie te garanderen. Ressortelijke richtlijnen ter aanvulling van de ministeriële richtlijnen en de richtlijnen van het College van procureurs-generaal vormen dan weer het sluitstuk op het vlak van strafrechtelijk beleid.

Ter verwezenlijking van het verzelfstandigd beheer binnen het ressort ontwaar ik een behoefte aan een aangepaste overlegstructuur, weliswaar vergelijkbaar met de ressortvergaderingen, maar versterkt met een vertegenwoordiging van het leidend administratief personeel. Aan de materie aangepaste richtlijnen zullen noodzakelijk zijn, maar op heden bestaat nog geen volledige duidelijkheid welke rol de procureur-generaal zal spelen ten aanzien van zijn procureurs des Konings en de arbeidsauditeur op het vlak van beheer.

Binnen het College van de procureurs-generaal engageer ik mij tot een substantiële bijdrage voor een coherente uitwerking en coördinatie van het strafrechtelijk beleid in aansluiting op mijn verplichtingen op ressortelijk vlak. Uiteraard hoop ik binnen het College, met de medewerking van mijn enthousiaste collega’s-magistraten van het parket-generaal en auditoraat-generaal Gent, een - bescheiden - bijdrage te kunnen leveren aan het opstellen van een nieuw Strafwetboek en aan de hervorming van de strafprocedure.

Tot slot, als lid van het College van het Openbaar Ministerie wil ik mij engageren het verzelfstandigd beheer van de Rechterlijke organisatie verder te helpen uitbouwen om een toegankelijke, onafhankelijke, tijdige en kwaliteitsvolle rechtsbedeling tot stand te brengen, zoals de wetgever heeft voorgeschreven.

Ik ben mij bewust dat de verwezenlijking van deze objectieven, vandaag meer dan ooit, een grote bereidwilligheid van de magistraten en het gerechtspersoneel van het Openbaar Ministerie van het ressort Gent zal vergen. De niet te voorspellen negatieve impact van de huidige budgettaire restricties zal moeten overwonnen worden, niet alleen door wetswijzigingen, maar ook door samen, in een geest van wederzijds vertrouwen en met collegialiteit,  onze wettelijke opdrachten als lid van het Openbaar Ministerie verder te vervullen.

Erwin Dernicourt,

Procureur-generaal