Persbericht - Onuitvoerbare beschikkingen voor de gesloten gemeenschapsinstelling Everberg.

Het parket Antwerpen, afdeling Antwerpen , wordt geconfronteerd met onuitvoerbare beschikkingen voor de gesloten gemeenschapsinstelling Everberg en meent dat het vanuit maatschappelijk oogpunt niet meer te verantwoorden valt dat jongeren, die verdacht worden van zeer ernstige feiten en waarvan jeugdrechters oordelen dat ze thuishoren in een gesloten setting , omwille van plaatsgebrek toevertrouwd moeten worden aan de straat.

Ter illustratie kunnen twee ernstige gevallen van de afgelopen week aangehaald worden :
Een 17-jarige jongen werd voorgeleid op 13 maart 2018 voor feiten van handel en bezit van verdovende middelen in vereniging. Hij werd door de jeugdrechter toevertrouwd aan Everberg  maar door plaatsgebrek bleek deze beslissing onuitvoerbaar. Noodgedwongen moest de betrokken jongere opnieuw naar huis en diende hij zich aan te bieden op 19 maart in de hoop dat er dan wel plaats zou zijn.

Op 18 maart  ,  nog tijdens zijn onuitvoerbaar verblijf in Everberg,  werd de jongere op heterdaad betrapt bij een diefstal met braak.

De jeugdrechter besliste opnieuw dat de minderjarige in Everberg hoorde, waar hij pas op 20 maart , na een nieuwe onuitvoerbare beschikking van de jeugdrechter en een extra nacht in de cel,  terecht kon.

Op 22 maart 2018 werd een 17-jarige jongere op verdenking van een gewapende overval op een apotheek voor de jeugdrechter geleid door het parket. De jeugdrechter besliste om hem toe te vertrouwen aan Everberg, echter wederom is er geen plaats en blijkt de beschikking van de jeugdrechter onuitvoerbaar.

De jongere bracht een extra nacht door in de cel maar vandaag kregen jeugdrechter en parket opnieuw de melding dat er geen plaats is in de gesloten instelling.

Het parket Antwerpen ziet zich dan ook wettelijk verplicht de minderjarige in vrijheid te stellen niettegenstaande de kans op recidive en onttrekking bij deze jongere bijzonder groot is.

Het parket Antwerpen wenst te benadrukken dat het hier gaat om jongeren die verdacht worden van ernstige feiten (strafbaar met opsluiting van 5 jaar of meer zoals diefstal met geweld , verkrachting , afpersing , handel en bezit van verdovende middelen in vereniging , etc.) , die al een lang traject binnen de jeugdhulpverlening achter de rug hebben.

Als vertegenwoordiger van het algemeen belang en van de belangen van de betrokken jongeren ziet het openbaar ministerie zich genoodzaakt deze aanslepende problematiek opnieuw onder de aandacht te brengen.

Contactpersoon:
Lentle Jespers