Parket Oost-Vlaanderen

Na een tv-reportage (Pano) op 5 september 2018 over Schild & Vrienden, opende het parket Oost-Vlaanderen een strafonderzoek om na te gaan of door deze organisatie strafbare feiten zijn gepleegd, en door wie die desgevallend zijn gepleegd.

Het parket vorderde lastens Dries V.L. een onderzoeksrechter.

Een onderzoeksrechter is een rechter en maakt geen deel uit van het parket. De onderzoeksrechter heeft vanaf dat ogenblik de exclusieve leiding over het gerechtelijk onderzoek en bepaalt het verdere verloop ervan. Communicatie over dat onderzoek, gebeurt dan weer exclusief door het parket, weliswaar steeds met instemming van de onderzoeksrechter, zoals wettelijk voorzien.

 

In het kader van het gerechtelijk onderzoek zijn eerder diverse huiszoekingen uitgevoerd, waaronder bij Dries V.L.

Daarbij werden verschillende zaken in beslag genomen, zoals computermateriaal.

De grote hoeveel aan materiaal werd onderworpen aan een grondige analyse door speurders van de Federale Gerechtelijke Politie Oost-Vlaanderen.

Deze analyses konden worden afgerond, waardoor het onderzoek in een volgende fase is beland en waarbij de onderzoeksrechter thans is overgegaan tot het verhoor van diverse personen.

 

Daarbij werd vandaag Dries V.L. onderworpen aan een grondig verhoor door de speurders en werd hij nadien voorgeleid voor de onderzoeksrechter in Gent.

Reeds van bij de aanvang van het onderzoek was Dries V.L. (impliciet) inverdenkinggesteld.*

De onderzoeksrechter stelde betrokkene vandaag ook formeel in verdenking. Hij wordt onder meer verdacht van inbreuken op de racismewet, de negationismewet, de wapenwet,…

Een inverdenkingstelling (impliciete of formele) betekent dat er aanwijzingen van schuld zijn, doch niet dat bepaalde strafrechterlijke feiten lastens iemand reeds effectief bewezen zouden zijn. Een inverdenkingstelling zorgt er verder voor dat de verdachte over bijkomende rechten beschikt.

De onderzoeksrechter besliste na de voorleiding om Dries V.L. vrij te laten onder voorwaarden. Eén van de voorwaarden die is opgelegd, is een geleid bezoek aan de Dossin kazerne.

 

Het onderzoek zit in een eindfase. Van zodra het onderzoek is afgerond, maakt de onderzoeksrechter het dossier over aan het parket, die op basis van alle elementen in het strafdossier een eindvordering opmaakt, waarna de zaak voor de raadkamer in Gent zal komen. Partijen hebben hierbij het recht eventueel aanvullend onderzoek te vragen. De raadkamer zal finaal beslissen of er aanwijzingen van schuld zijn lastens bepaalde personen en zal oordelen wie desgevallend dient verwezen te worden naar de correctionele rechtbank.

 

Parlementaire onschendbaarheid:

Gezien het onderzoek werd aangevat op een ogenblik dat Dries V.L. gewone burger was (nl in september 2018), is er geen sprake van parlementaire onschendbaarheid. Dit is des te meer het geval omdat het gevorderde gerechtelijk onderzoek nominatief lastens hem werd ingesteld.

Betrokkene kan bij het parlement zelf wel schorsing van de vervolging vragen, waarvoor de Kamer hiertoe met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen dient te beslissen.

Zie hiervoor art. 59 van de Grondwet én de gemeenschappelijke omzendbrief van het College van procureurs-generaal, nr. COL 6/97**

 

*

1. Inverdenkingstelling:

1.1. Wetgeving

Artikel 61bis van het Wetboek van strafvordering bepaalt:

“De onderzoeksrechter gaat over tot de inverdenkingstelling van elke persoon tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld bestaan. Deze inverdenkingstelling vindt plaats ter gelegenheid van een verhoor of door kennisgeving aan de betrokkene.

Dezelfde rechten als de inverdenkinggestelde geniet eenieder tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek.

 

1.2. Rechtsleer

Uit artikel 61bis Sv. volgt dus dat er twee soorten inverdenkingstellingen zijn nl.

De inverdenkingstelling waarbij de onderzoeksrechter formeel vaststelt dat er ernstige aanwijzingen van schuld bestaan ten laste van een bepaalde persoon

De inverdenkingstelling waarbij het parket of een burgerlijke partij nominatief de strafvordering instelt door een gerechtelijk onderzoek te vorderen

De eerste inverdenkingstelling wordt in de rechtsleer doorgaans de “formele inverdenkingstelling” genoemd, de tweede inverdenkingstelling wordt in de rechtsleer alsook doorgaans de “impliciete inverdenkingstelling” genoemd, (zie oa de basishandboeken of standaardwerken Strafrecht en Strafprocesrecht, onder andere van Hoogleraar en rechter bij het Internationaal Strafhof Chris Van Den Wyngaert en van wijlen dr. Raoul Declercq, emeritus buitengewoon hoogleraar en emeritus advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie):

Zie bijvoorbeeld:

R. DECLERCQ, “Beginselen van strafrechtspleging”, Kluwer, 2014, 555: over de twee betekenissen van inverdenkingstelling.

Zie bijvoorbeeld ook verder over de impliciete inverdenkingstelling:

C. VAN DEN WYNGAERT, “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen”, Maklu uitgevers, 2017, 984 en 1045: “Indien de vordering tot onderzoek op naam van een concrete verdachte is gesteld of in een klacht met burgerlijke partijstelling een verdachte met naam is genoemd, dan vloeit hieruit echter een inverdenkingstelling voort (impliciete inverdenkingstelling).”

S. VANDROMME, “Op zoek naar een Effectief Rechtsmiddel om reeds tijdens het Vooronderzoek de Overschrijding van de Redelijke Termijn te doen vaststellen, P&B 2003, 194, randnummer 24).

Onder impliciete inverdenkingstelling wordt soms ook de situatie begrepen waarbij, zonder dat er een nominatieve vordering door het OM of de burgerlijke partij bestaat, een aantal onderzoeksdaden bevolen door de onderzoeksrechter erop wijzen dat de strafvordering weldegelijk gericht is tegen een welbepaalde persoon (bv. door een huiszoeking).

Zie bijvoorbeeld

C. VAN DEN WYNGAERT, “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen”, Maklu uitgevers, 2017, 984 en 1045:  “Een impliciete inverdenkingstelling kan ook voortvloeien uit een onderzoeksdaad waaruit blijkt dat t.a.v. een bepaald persoon ernstige aanwijzingen van schuld bestaan.”

G. MAES, “Onderzoeksdaden – Het verzoek bijkomende onderzoeksdaden te verrichten” in X, Comm.Straf., Kluwer, Mechelen, 2005,  randnr. 17).

 

1.3. Richtlijnen College van Procureurs-generaal

Ook het College van Procureurs-generaal bespreekt en preciseert in de Omzendbrief nr. COL 12/98 nav de Wet Franchimont op pagina 60 enerzijds “De formele toekenning of kennisgeving” en anderzijds “De impliciete inverdenkingstelling”:

“De impliciete inverdenkingstelling:

Elke persoon die nominatief genoemd wordt in:

Een vordering van de procureur des Konings (inleidende, uitbreidende of aanvullende vordering)

Een akte van stelling als burgerlijke partij,

Een onderzoekshandeling waaruit zou blijken dat de onderzoeksrechter meent dat er ernstige aanwijzingen van schuld bestaan tegen deze persoon.”

Artikel 61 bis WSV preciseert echter niet dat de onderzoeksrechter zou verplicht zijn een persoon in verdenking te stellen wanneer tegen deze de strafvordering reeds werd ingesteld omdat hij nominatief werd aangeduid door de vordering van de procureur des Konings, of de akte van stelling als burgerlijke partij.”

(Zie in dat verband ook R. VERSTRAETEN, “Handboek strafvordering”, Maklu Uitgevers, 2012, 808)

“De formele toekenning of kennisgeving:

De inverdenkingstelling kan formeel plaats vinden bij gelegenheid van het verhoor door de onderzoeksrechter.

Ze kan ook volgen uit een formele kennisgeving aan de betrokken persoon door de onderzoeksrechter langs eender welke andere weg, vermits de wet slechts van een kennisgeving gewag maakt.”

 

1.4. Rechtspraak

Daarnaast krijgt iedere persoon de hoedanigheid van inverdenkinggestelde wanneer er ten laste van die persoon in de vordering tot regeling van de rechtspleging door het OM bepaalde misdrijven worden ten laste gelegd, zelfs wanneer er nooit een formele inverdenkingstelling gebeurde of er een nominatieve vordering van het parket of een burgerlijke partij bestond voor de vordering tot regeling van de rechtspleging  (zie. Cass. 23 maart 2011, T.Straf. 2013/1, 30-31 en Cass. 23 oktober 2002, P.02.1088.F/6)

De formele inverdenkingstelling en de impliciete inverdenkingstelling verlenen de  persoon die er het voorwerp van uitmaakt dezelfde rechten (vb. recht om  inzage/afschrift van het strafdossier te vragen, recht om bijkomende onderzoekshandelingen te vragen, recht om teruggave van in beslag genomen stukken te vragen…), waarover hij als gewone verdachte niet zou beschikken, mocht hij bijvoorbeeld niet nominatief genoemd zijn in de vordering van het parket.

De rechtspraak maakt meestal geen gebruik van de term impliciete inverdenkingstelling. In de rechtspraak heeft men het meestal over “inverdenkingstelling” (zie vb. Cass. 23 maart 2011, P.10.1757.F, T.Straf. 2013/1, 30-31, met noot B. Meganck).”

 

**

2.Uittreksel uit de gemeenschappelijke omzendbrief van het College van procureurs-generaal, nr. COL 6/97 van 15 september 1997:

"C. Buiten de zitting van zijn parlementaire instelling:

Zo het onderzoek (informatie-onderzoek door de procureur des Konings of gerechtelijk onderzoek door de geadieerde onderzoeksrechter) ten laste van een parlementslid reeds werd ingesteld buiten de zitting of voordat de betrokkene verkozen werd, geniet hij tijdens de daaropvolgende zitting geen enkele immuniteit wat die eerder ingestelde en nog lopende vervolging betreft. Hij kan in die strafzaak worden verwezen naar het bevoegde strafgerecht, worden gedagvaard voor een hof of een rechtbank en zelfs worden aangehouden door de onderzoeksrechter, zonder verlof van de wetgevende vergadering waarvan hij nadien deel uitmaakt. De bijzondere procedure met betrekking tot de dwangmaatregelen waarvoor het optreden van een rechter vereist is, met name de tussenkomst van de eerste voorzitter van het hof van beroep, is evenmin van toepassing.

Buiten de zitting kan de vervolging ook worden ingesteld ingevolge een burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter of inmiddels een rechtstreekse dagvaarding door een particulier of een rechtspersoon.

Kortom, buiten de zittijd is een parlementslid een gewoon burger."

 

 

An Schoonjans, persmagistraat parket Oost-Vlaanderen

 

Pages