Openingsrede PG Antwerpen - Strafuitvoering: het kneusje van de strafketen

De procureur-generaal van Antwerpen vraagt in zijn mercuriale aandacht voor de fase van de strafuitvoering, fase in de strafketen waaraan in het verleden onvoldoende aandacht is besteed.

Vanuit historisch perspectief is er bijvoorbeeld nooit in een wettekst geëxpliciteerd wat we willen bereiken met de straf/strafuitvoering, de zogenaamde strafdoelstellingen, en dringt een grondig debat zich op.

Heel de materie van de strafuitvoering is trouwens gedurende lange tijd en nog steeds voornamelijk geregeld geweest bij ministeriële besluiten, Koninklijke Besluiten en ministeriële omzendbrieven.

Het initiatief van de huidige minister van Justitie om de wetgever te laten tussenkomen in dit wettelijk vacuüm, en de opmaak van een eigen codex voor de strafuitvoeringsfase, kan dan ook alleen maar toegejuicht worden.

Het College van procureurs-generaal stelt zich wel vragen bij de praktische uitvoering en de onvolledigheid ervan.

De afstand tussen de straftoemeting (de straffen opgelegd door de rechter) en de uitvoering ervan is doorheen de jaren dermate geëvolueerd dat we mogen spreken van een crisis van de strafuitvoering en ook van een legaliteitscrisis.

Er is natuurlijk de problematiek van de overbevolking van de gevangenis als fenomeen dat decennialang de strafuitvoering heeft uitgehold. Maar ook het grote scepsis ten aanzien van de doelmatigheid van de huidige invulling van de gevangenisstraf is naast de niet-uitvoering een element van de crisis en er dient nagedacht te worden over nieuwe vormen van opsluiting.

In de mercuriale wordt verder stilgestaan bij de problematische inning van de geldstraffen en wordt toelichting gegeven bij de uitgetekende procesbeschrijvingen TO BE lange termijn die in de schoot van het Openbaar Ministerie werden uitgetekend om tot een efficiënter verloop van de strafuitvoering te komen.

Aandacht gaat ook naar het dramatisch verloop van de SUO-onderzoeken in het ressort Antwerpen, te wijten aan een algemeen capaciteitstekort binnen het ressort en dit zowel bij justitie en de politiediensten als bij financiën.

Ook de opvolging van personen vrijgelaten onder voorwaarden is een materie waar zich bepaalde problemen stellen en die vatbaar is voor verbetering.

Een adequate uitvoering van de straffen vraagt immers dat talrijke betrokken partners samenwerken, een samenwerking die bemoeilijkt wordt doordat iedere partner met een eigen informaticasysteem werkt, en tussen deze systemen veelal geen communicatie mogelijk is waardoor de werkprocessen manueel verlopen, identieke gegevens herhaaldelijk opnieuw moeten geregistreerd worden, wat leidt tot veel tijdverlies, slechte opvolging en kans op fouten.

Het Openbaar Ministerie pleit dat werk zou worden gemaakt van de uitbouw van een ‘centrale module strafuitvoering’, zodat de fase van de strafuitvoering – die bij uitstek in aanmerking komt voor automatisering – effectief ontsloten kan worden, met een efficiënt verloop van de werkprocessen en een OM dat haar sleutelrol inzake de strafuitvoering waar kan maken. Het OM draagt immers wettelijk verantwoordelijkheid inzake de strafuitvoering en dient dan ook te beschikken over een eigen informaticatool, zijnde een tool in eigen beheer waar typedocumenten aan gekoppeld kunnen worden.

Het Openbaar Ministerie is bezorgd over de ICT-projecten (uitrol I-Belgium+, voorwaardenregister, elektronische dossiers, generale intake financiën) die heden ten dage worden uitgebouwd, die op zichzelf quick wins zijn, maar vragen doen rijzen over de coherentie tussen deze projecten en of deze tussenstops de realisatie van een ‘centrale module strafuitvoering’ niet hypothekeren.

Gepleit wordt ook om de informatisering niet te laten stoppen bij de uitvoering van de politiestraffen (verkeersovertredingen), maar ook werk te maken van een efficiëntere uitvoering van de moeilijkere correctionele veroordelingen zodat niet alleen u en ik maar ook de echte criminelen worden aangepakt.

Er zal er een politieke bereidheid moeten zijn hierin te investeren en hiervoor geld vrij te maken. Het is onze overtuiging dat deze investering zichzelf zal terugwinnen, niet alleen geldelijk (door de spijziging van de staatskas door een betere inning zoals in Nederland), maar ook op het vlak van veiligheid en nog meer algemeen het herstel van het vertrouwen van de burger in justitie doordat het gevoel van straffeloosheid wegvalt. Kortom dat deze essentiële schakel in een democratische maatschappij zich herstelt.

Het lijkt in dit verband dan ook aanbevolen dat bij de volgende regeringsvorming een staatssecretaris strafuitvoering wordt aangesteld exclusief bevoegd voor deze materie.

Voor de Mercuriale klik hier.