Persbericht - Brussel - ongewapende weerspannigheid

Op 21/11/2020 rond 11u20 heeft een politie-inspecteur van de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene een persoon willen controleren die geen mondmasker droeg. De verdachte vluchtte in eerste instantie weg, maar de politieman heeft hem kunnen interpelleren in de inkomhal van een gebouw. Daar is het tot een schermutseling gekomen, waarbij beide personen ten val zijn gekomen. Bij deze val is de verdachte met zijn volle gewicht op de borst van de politieman terecht gekomen, waardoor de politieman gewond is geraakt. Een interventieploeg die ter versterking was geroepen heeft de verdachte kunnen arresteren.

De politie-inspecteur heeft een arbeidsongeschiktheid van 8 dagen.
Er werd een pv opgesteld voor feiten van ongewapende weerspannigheid (niet voor opzettelijke slagen en verwondingen).

De verdachte werd verhoord en werd na het verhoor vrijgelaten. Het parket benadrukt dat deze vrijlating geen straffeloosheid impliceert.

Het onderzoek wordt verder gezet en er kan later nog altijd een streng gevolg gegeven worden aan deze feiten.

In dit kader willen we ter info ook nog even de verschillende mogelijkheden van het parket in herinnering brengen wanneer een verdachte onmiddellijk na de feiten wordt gearresteerd:

  1. een verdachte kan na verhoor door de politie worden vrijgelaten, dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er onvoldoende elementen uit het onderzoek naar voor gekomen zijn om in die stand van het onderzoek verder gevolg te geven aan de feiten. Het onderzoek wordt wel verder gezet.
  2. Een verdachte kan ter beschikking gesteld worden van het parket. In dat geval zijn er 3 mogelijkheden:

a.           De verdachte wordt door de procureur des Konings verhoord en na verhoor vrijgelaten. Dit kan verschillende redenen hebben:

i.  er onvoldoende bewijs is, maar het onderzoek wordt verdergezet en mogelijks volgt er een dagvaarding op een latere datum.

ii. de verdachte werd herinnerd aan de wet en de procureur beslist om het hierbij te laten.

iii. er bemiddeling in strafzaken werd opgestart of een minnelijke schikking voorgesteld.

b.           De verdachte wordt via de procedure van snelrecht op korte termijn gedagvaard voor de correctionele rechtbank. In dat geval is het dossier volledig en kan de procureur op basis van dit dossier een dagvaarding opstellen waarbij concrete feiten ten laste gelegd worden aan de verdachte. De verdachte verlaat in dat geval het parketgebouw met een concrete datum waarop hij zich voor de correctionele rechter moet verantwoorden.

c.            Het parket kan ook van oordeel zijn dat er elementen in het dossier zijn die het aanstellen van een onderzoeksrechter en het vragen van een aanhoudingsmandaat verantwoorden. Het gaat dan enerzijds om de ernst van de feiten en anderzijds het risico op vlucht-, recidive- of collusiegevaar. De onderzoeksrechter zal dan oordelen of een aanhoudingsmandaat, een vrijlating onder voorwaarden of een vrijlating zonder meer aangewezen is.

Wanneer niet onmiddellijk een gevolg werd gegeven aan de feiten, zal het parket na het beëindigen van het onderzoek en wanneer de feiten bewezen zijn, geval per geval beslissen welk strafrechtelijk gevolg het meest passend is. Ook hier zijn er nog meerdere mogelijkheden zoals onder andere bemiddeling in strafzaken, een minnelijke schikking of dagvaarding voor de correctionele rechtbank.

 

Willemien Baert

Woordvoerder