Persbericht - Het Openbaar Ministerie stelt de jaarstatistieken 2021 van de correctionele parketten en van de jeugdparketten voor

Het College van het openbaar ministerie publiceert vandaag de jaarstatistieken 2021 van de correctionele parketten en van de jeugdparketten. U kan de cijfers terugvinden op de website van het Openbaar Ministerie via de link www.om-mp.be/stat.

 

Correctionele zaken

Instroom/Uitstroom

Binnen het Openbaar Ministerie is de instroom van nieuwe en heropende strafzaken op de correctionele parketten tussen 2020 en 2021 met ongeveer 4% gedaald, van 641.682 naar 613.026 zaken. De stijging die werd vastgesteld tussen 2019 en 2020 (+12%) is voornamelijk gelinkt aan het vervolgingsbeleid dat door het Openbaar Ministerie werd gevoerd in het kader van de COVID-19-pandemie. Op de parketten stroomden in 2020 namelijk 121.309 en in 2021 85.088 COVID-19-zaken binnen.

Het aantal strafzaken dat door de correctionele parketten werd afgesloten, steeg tussen 2020 en 2021 (+4%), van 599.840 zaken naar 621.717.

De zowel in 2020 als in 2021 vastgestelde stijging van vooral de betaalde minnelijke schikkingen en rechtstreekse dagvaardingen kan grotendeels worden toegeschreven aan de richtlijnen die werden vastgelegd in omzendbrief COL nr. 06/2020 om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. In deze omzendbrief wordt namelijk gesensibiliseerd om COVID-19-dossiers af te handelen aan de hand van deze twee soorten beslissingen.

De parketten sloten in 2020 81.609 en in 2021 97.737 dossiers over COVID-19-inbreuken af.

 

Geregistreerde Misdrijven

Zoals verwacht toont de instroom van zaken rond COVID-19-inbreuken (volksgezondheid) in 2021 een daling ten opzichte van 2020 (-27%). Het aantal zaken vermenigvuldigde immers met 12 tussen 2019 en 2020, wat het gevolg was van de zaken gelinkt aan COVID-19-inbreuken in 2020.

Naast deze eerste vaststelling lijkt de pandemie eveneens een - weliswaar mindere -  impact te hebben op de evolutie van bepaalde tenlasteleggingen in 2021 dan in 2020.

Daar waar men in 2021 een afname vaststelt van het aantal zaken rond diefstal en afpersing (-10% tussen 2020 et 2021), is deze daling echter minder sterk dan deze die werd vastgesteld in het jaar 2020 (-21% ten opzichte van 2019). Dit komt neer op een daling van 28% in twee jaar tijd.

Algemene financiële zaken en economische aangelegenheden kennen een daling met respectievelijk 14% en 11% tussen 2020 en 2021; deze afname is vooral uitgesproken bij de financiële zaken tussen 2019 en 2020 (-29%).

Daarnaast zien we dat de stijgingen in bepaalde misdrijffenomenen, die werden vastgesteld tussen 2019 en 2020, zich nog steeds voordoen, zij het dan wel in mindere mate.

Tussen 2020 en 2021 registreerden de parketten een stijging van het aantal zaken rond informaticabedrog (+4%) terwijl de toename tussen 2019 en 2020 32% bedroeg. In twee jaar tijd, namelijk van 2019 tot 2021, steeg het aantal dossiers van informaticabedrog dus met 37%.

De zaken van heling & witwassen namen opnieuw toe (+37%), hoewel de stijging meer uitgesproken was tussen 2019 en 2020 (+54%).

De zaken van intrafamiliaal geweld stegen zowel tussen 2019 en 2020 (+6%) als tussen 2020 en 2021 (+9%), wat dus neerkomt op een stijging van 15% sinds het begin van de coronapandemie.

De zaken van aanranding en verkrachting, stegen in 2021 in vergelijking met 2020 (+17%), ook al was er een lichte daling tussen 2019 en 2020 (-4%). 

Opvallend is ook de sterke toename van de zaken rond ontucht en seksuele uitbuiting tussen 2019 en 2020 (+34%). Tussen 2020 en 2021 was er een stijging van 3%.

 

Justitiële afhandeling

Een opvallende stijging stellen we vast bij de zaken afgesloten via een rechtstreekse dagvaarding (+26% tussen 2020 en 2021). Deze stijging was nog meer uitgesproken tussen 2019 en 2020 (+50%).

Het aantal pretoriaanse probaties bleef ook in 2021 stijgen met 20% terwijl de stijging tussen 2019 en 2020 ongeveer 17% bedroeg.

De zaken afgesloten via een betaalde minnelijke schikking waren geëxplodeerd tussen 2019 en 2020 (+224%) en bleven stijgen tussen 2020 en 2021 (+15%). Dat had vooral te maken met de geïnde coronaboetes.

De gelukte bemiddelingen en maatregelen die tussen 2019 en 2020 met 5% waren gedaald, stegen in 2021 opnieuw (+6% ten opzichte van 2020).

Daarnaast blijft het aantal zaken afgesloten met een afhandeling zonder strafvervolging stabiel (met 341.840 in 2020 en 341.720 zaken in 2021).

Daarentegen daalde de laatste 10 jaar (evolutie 2012-2021) het aantal uitgestroomde zaken met 14%. Tegelijk steeg de uitstroom van zaken via een betaalde minnelijke schikking (+709%), een pretoriaanse probatie (+328%) en een rechtstreekse dagvaarding (+94%). Sinds een aantal jaar wordt bij de uitgestroomde zaken een verschuiving vastgesteld van de traditionele wijze van strafrechtelijke vervolging (gerechtelijk onderzoek en rechtstreekse dagvaarding) naar de alternatieve maatregelen.

De zowel in 2020 als in 2021 vastgestelde stijging van het aantal betaalde minnelijke schikkingen en rechtstreekse dagvaardingen kan evenwel grotendeels worden toegeschreven aan de vastgelegde richtlijnen in omzendbrief COL 06/2020. Op basis daarvan wordt er gesensibiliseerd om COVID-19-dossiers af te handelen via deze twee soorten beslissingen.

Ten slotte nam het aantal zaken waaraan de parketten gevolg hebben gegeven (vervolging of alternatieve maatregelen) aanzienlijk toe tussen 2019 en 2020 (+50%). Deze toename zette zich voort tussen 2020 en 2021 (+15%). Dit heeft vooral te maken met het grote aantal COVID-19-zaken die in 2020 en 2021 werden afgehandeld via een betaalde minnelijke schikking of een rechtstreekse dagvaarding.

 

Jeugdbeschermingszaken (MOF en VOS)

In 2021 registreerden de jeugdparketten 163.193 nieuwe jeugdbeschermingszaken, dit is iets meer dan in 2020 en in 2019, toen er respectievelijk 161.177 en 161.515 zaken werden geregistreerd.

Een opsplitsing van deze jeugdbeschermingszaken toont dat in 2021 de als misdrijf omschreven feiten (MOF) met 6% daalden t.o.v. 2020 (van 69.779 in 2020 naar 65.377 in 2021), terwijl de verontrustende situaties (VOS) met 7% stegen (van 91.398 in 2020 naar 97.816 in 2021). Het jaar ervoor zagen we nog de omgekeerde beweging: het aantal MOF-zaken steeg toen met 12% t.o.v. 2019, terwijl de VOS-zaken met 8% daalden. Deze evoluties zijn onlosmakelijk verbonden met het verloop van de coronapandemie: de toename van de MOF-zaken in 2020 was voornamelijk toe te schrijven aan de plotse, ongeziene instroom van zaken in relatie tot COVID-19. Na het crisisjaar 2020 leidde de versoepeling van de coronamaatregelen in 2021 tot een sterk verminderde instroom van coronadossiers (-46%, van 17.243 zaken in 2020 naar 9.361 zaken in 2021).

Welke als misdrijf omschreven feiten (MOF)?

Ook op de verdere samenstelling van de MOF-instroom lijkt het verloop van de coronapandemie een impact te hebben. Zo zien we voor de grootste tenlasteleggingsgroepen in 2021 opnieuw een stijgende trend t.o.v. 2020. Een opvallende toename manifesteert zich bij de persoonsdelicten (+20%); een lichtere stijging bij de zaken met inbreuken tegen de familie en publieke moraal (+10%), inbreuken tegen de openbare orde en veiligheid (+9%), inbreuken tegen de openbare overlast en verkeer (+5%) en de eigendomsdelicten (+3%). Alleen bij de drugsdelicten (-7%) en de inbreuken tegen de volksgezondheid (o.a. COVID-19-inbreuken) stellen we een daling vast (-45%).

De cijfers geven dus in 2021 een heel ander beeld van de samenstelling van de instroom dan in het 'crisisjaar' 2020: toen was er in vergelijking met 2019 - naast de enorme stijging van inbreuken tegen de volksgezondheid - enkel een stijging van zaken rond familie en publieke moraal (+9%), terwijl er zich in alle andere grote tenlasteleggingsgroepen een dalende trend manifesteerde: eigendomsdelicten (-21%), persoonsdelicten (-20%), inbreuken tegen de openbare orde en veiligheid (-16%), drugsdelicten (-10%) en inbreuken tegen de openbare overlast en verkeer (-8%).

Wanneer we voor de voorbije twee 'coronajaren' (2020 en 2021) de coronadossiers wegfilteren uit de instroom van de MOF-zaken, zien we dat de overige MOF-zaken na een forse daling in 2020 opnieuw stijgen in 2021. 

Tot slot merken we op dat binnen de MOF-zaken in 2021 de verhouding jongens/meisjes 81/19 bedraagt. Meisjes maken dus amper een vijfde uit van de minderjarigen betrokken in een MOF-zaak. In iets meer dan de helft van de MOF-zaken gaat het om een minderjarige tussen 16 en 18 jaar.

Verontrustende situaties (VOS)

In 2021 steeg het aantal geregistreerde VOS-zaken* met 7% (van 91.398 in 2020 naar 97.816 zaken in 2021).

Bij deze VOS-zaken waren er evenveel aanmeldingen voor jongens als voor meisjes (50/50) en in meer dan de helft van de gevallen voor kinderen onder de 12 jaar (53%).

* Bij een VOS-zaak worden er op zich geen feiten ten laste gelegd aan de minderjarige, maar opent het jeugdparket een dossier omdat het verontrustende informatie ontvangt over de situatie van de minderjarige of zijn/haar gezin. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om verwaarlozing, mishandeling, misbruik, weglopers en spijbelaars.

Het College van het openbaar ministerie benadrukt dat de cijfers van 2021 toch enige nuance behoeven. Daarom is het voor een correcte interpretatie en contextualisering nodig om ze tegen het licht van de evolutie van de laatste tien jaar te houden. Een samenvatting van de belangrijkste vaststellingen van de afgelopen tien kalenderjaren (2012-2021) over de algemene trends en evoluties bij de correctionele parketten en de jeugdparketten kan u hieronder downloaden: