Persbericht van het Openbaar Ministerie van 16 juni 2021: een verhoging van het budget voor Justitie – wat betekent dit voor het Openbaar Ministerie?

Deze versterking van Justitie is een hoopvolle en belangrijke stap voorwaarts

 

Maatschappelijke taak.

Dagelijks staan in ons land 838 parketmagistraten met veel inzet en gedrevenheid in voor de vele taken van het Openbaar Ministerie en dit in vele domeinen waaronder de opsporing van misdrijven en de vervolging van hun daders.

De magistraten worden hierin bijgestaan door 2134 geëngageerde parketmedewerkers.

Om de enorme toevloed aan dossiers het hoofd te kunnen bieden en de maatschappelijke taak van het Openbaar Ministerie naar behoren te kunnen uitoefenen, zijn mensen en middelen nodig.

Deze verhoging van het budget van Justitie is alvast een lang verwachte en belangrijke stap in de goede richting voor het Openbaar Ministerie, voor Justitie en voor de rechtzoekende en de samenleving.

De toegekende middelen situeren zich vooral in de domeinen die in het Regeerakkoord en in de beleidsnota van de minister van Justitie zijn opgenomen, maar komen tegelijk tegemoet aan specifieke noden en prioriteiten van het Openbaar Ministerie.

 

Verdeling van de middelen. Concrete doelstellingen.

Voor het Openbaar Ministerie wordt voorzien in de aanwerving dit jaar en volgend jaar van in totaal 30 magistraten. Daarnaast zijn ook 106 parketjuristen, 36 criminologen en 187 medewerkers (niveau A, B en C) toegekend. In totaal gaat het dus om 359 magistraten en ondersteunende personeelsleden voor het Openbaar Ministerie.

Het College van het openbaar ministerie heeft een aantal doelstellingen geformuleerd voor de realisatie waarvan thans middelen zijn toegekend. Deze zullen onder meer ingezet worden als volgt:

1. Verkeer en COVID: 56 extra medewerkers worden voorzien op de verkeersunits van de parketten die geconfronteerd worden met een aanzienlijk stijgende werklast. Dit is te wijten aan, enerzijds, de spectaculaire toename van het aantal verkeerscamera’s die verkeersmisdrijven registreren en, anderzijds, aan de enorme instroom van de COVID-gerelateerde inbreuken.

2. Aanpak op maat: Strafrecht is maatwerk. Tegenover elk misdrijf hoort een aanpak op maat te staan. Het bepalen van de passende gerechtelijke reactie voor elke zaak is een permanente uitdaging voor het Openbaar Ministerie. Hierbij kan de focus ook worden gelegd op een lik-op-stuk-beleid, waarbij snel en accuraat wordt tussengekomen en het risico op recidive worden verminderd. De afgelopen jaren werden in de schoot van het Openbaar Ministerie en in samenwerking met de ketenpartners, een aantal proefprojecten opgezet, zoals de drugbehandelingskamer, het project M en meer toepassingen van snelrecht,… Met de thans toegekende middelen zullen op termijn 70 extra medewerkers, waaronder 21 juristen en 21 parketcriminologen, kunnen worden ingezet voor de verdere uitrol van dergelijke projecten.

3. Cybercrime: 7 gespecialiseerde cybercrime magistraten en 26 medewerkers zijn de komende jaren voorzien om mee hun schouders te zetten onder de bestrijding van dit fenomeen dat de afgelopen 5 jaar (waaronder ook het afgelopen jaar tijdens de corona-pandemie) met 68% toenam.  Ook het federaal dossier SKY heeft genoegzaam aangetoond hoe belangrijk het is dat ook het Openbaar Ministerie voldoende gespecialiseerde magistraten en gespecialiseerd personeel in zijn rangen telt om dit fenomeen de baas te kunnen. De bekomen magistraten zullen worden ingezet op federaal (federaal parket) en ressortelijk (5 grootste parketten van de ressorten) niveau om, enerzijds, de vereiste specialisatie en efficiëntie te garanderen en, anderzijds, deze investering ten goede te kunnen laten komen aan alle geledingen van het Openbaar Ministerie. Ze zullen dus werken in gans het ressort. Het hoeft geen betoog dat dit gepaard moet gaan met een investering in materiële middelen, opleiding en vorming van deze magistraten. Bovendien kan dit slechts een eerste stap zijn. Het College benadrukt dat in de toekomst elk parket en parket-generaal over gespecialiseerde magistraten en personeelsleden moet kunnen beschikken, wil het met gelijke wapens de strijd met de georganiseerde criminaliteit kunnen aangaan.

4. Strafuitvoeringsonderzoeken (SUO): 6 magistraten, en voor het eerst ook boekhouders, zullen bijkomend kunnen worden ingezet voor de strafuitvoeringsonderzoeken. Straffen zijn inderdaad pas effectief wanneer ze daadwerkelijk worden uitgevoerd. Het Openbaar Ministerie wenst al lang meer in te zetten op dergelijke vermogensonderzoeken en buitgerichte aanpak, ook na veroordeling. De strafuitvoeringsonderzoeken zijn een op dit ogenblik onderbenut wettelijk instrument, bij gebrek aan personele middelen, waaraan hopelijk nu meer aandacht zal kunnen worden besteed. Ook hier zullen deze magistraten ressortelijk worden ingeplant en actief zijn in gans het ressort .

5. Intrafamiliaal geweld (IFG): de aanwerving van 15 criminologen zal een nuttig ondersteuning kunnen bieden aan de noodzakelijke multidisciplinaire aanpak (politie, parket, hulpverlening) van het intrafamiliaal geweld.

 

Waakzaam. Hoopvol.

De verhoging van het budget van Justitie voor de realisatie door het Openbaar Ministerie van deze en andere doelstellingen, zoals het luchthavenplan en het Stroomplan,  is evident goed nieuws, waarvoor het College van het openbaar ministerie de minister van Justitie en de Regering dankt.

Het College hoopt thans uiteraard dat de toegekende middelen zo snel mogelijk ook effectief ter beschikking zullen worden gesteld en dat de magistraten en parketmedewerkers zo snel mogelijk zullen kunnen worden aangeworven.

De realiteit op het terrein noopt op dat punt tot enige voorzichtigheid. Het aantal kandidaat-magistraten is nog steeds onvoldoende om de uitstroom van magistraten op te vangen en de  selectie van nieuwe magistraten en medewerkers is arbeidsintensief en duurt lang.

“ Belangrijk en hoopvol is echter dat met deze beslissing van de minister van Justitie en van de Regering een sterk signaal wordt gegeven dat men opnieuw in Justitie wil investeren, wat sterk gewaardeerd wordt en alleen maar toegejuicht kan worden. Het is trouwens mijn overtuiging dat op die manier een nieuwe dynamiek wordt gelanceerd die niet alleen motiverend zal werken voor alle magistraten en personeelsleden van het Openbaar Ministerie om elk dag weer het beste van zichzelf te geven, maar die ook wervend zal werken om net afgestudeerde juristen en criminologen en beginnende advocaten de stap naar het Openbaar Ministerie te doen zetten. “

Johan Delmulle – procureur-generaal van Brussel en voorzitter van het College van het openbaar ministerie