In het kader van een grootschalig onderzoek naar een criminele organisatie waarvan vermoed wordt dat ze in Brussel actief is, werden in 2025 verschillende politie-acties uitgevoerd in Brussel en in Panama.
Die operaties kaderen binnen verschillende afzonderlijke gerechtelijke onderzoeken die draaien rond de problematiek van de wijk Peterbos in Anderlecht, en verband houden met tal van schietpartijen in Brussel en waarschijnlijk met de territoriale strijd voor het verkopen en verhandelen van verdovende middelen. Na maanden van intensief onderzoek kon worden vastgesteld dat die criminele organisatie ook in verband zou kunnen worden gebracht met ontvoeringen, daden van geweld en moordpogingen in Brussel in 2023 en 2024.
Eén van de vermoedelijke hoofden van de criminele organisatie van de wijk Peterbos kon in dat onderzoek worden geïdentificeerd. Het gaat om een 30-jarige man die de criminele organisatie vanuit de gevangenis zou hebben geleid, onder meer dankzij het gebruik van een smartphone in zijn cel.
Het onderzoek heeft ook uitgewezen dat die man partners zou hebben in Panama. In maart 2025 werd een rogatoire commissie uitgevoerd in Panama. Die rogatoire commissie heeft geleid tot de identificatie van drie vermoedelijke partners van de leider van die criminele organisatie en tot nieuwe huiszoekingen in het Brussels gewest in november 2025. In samenhang daarmee werden zes personen opgepakt en werden vier personen onder aanhoudingsbevel geplaatst. Tegelijk werd in december 2025 in Panama een 35-jarige man gearresteerd van wie vermoed wordt dat hij partner is en tegen wie drie internationale arrestatiebevelen liepen.
Die onderzoeken werden geleid en gecoördineerd door onderzoeksrechters in Brussel en door de afdeling Georganiseerde Criminaliteit van het parket van Brussel. Het werk verliep in perfecte samenwerking met de afdeling Groot Banditisme van de federale gerechtelijke politie (FGP) van Brussel.
Het parket van Brussel wijst op de uitstekende samenwerking met de politie- en gerechtelijke instanties in Panama.
Deze samenwerking toont eens te meer aan dat de Belgische gerechtelijke instanties baat hebben bij internationale partnerschappen, ook met niet-Europese en verre landen.