Tien jaar na de aanslagen van 22 maart in Brussel blikken we terug op een van de donkerste dagen in de recente geschiedenis van ons land. In deze reeks vertellen magistraten van het Openbaar Ministerie hoe zij die dag hebben ervaren. Niet om de feiten opnieuw te vertellen, maar om te tonen hoe ze die dag beleefden, vanuit hun functie én als mens. Vandaag deelt Wenke Roggen, toen federaal magistraat en aanwezig in metrostation Maalbeek, haar verhaal.
Een telefoontje dat alles veranderde
Op 22 maart 2016 neemt het leven in Brussel zijn gewone aanloop. Mensen nemen de metro, drinken koffie onderweg, bereiden zich voor op een nieuwe werkdag. Ook Wenke is onderweg met de metro, wanneer haar telefoon gaat.
“Mijn toenmalige leidinggevende van de sectie terrorismebestrijding belde: ‘Er is een ontploffing geweest op de luchthaven van Zaventem. Het is mogelijk een aanslag. Kan je iedereen zo snel mogelijk naar het werk roepen?’”
Wat begint als een gewone ochtend, mondt voor Wenke uit in een van de meest ingrijpende professionele en persoonlijke ervaringen uit haar carrière.
Slachtoffers evacueren
Als federaal magistraat in de sectie terrorismebestrijding weet Wenke dat elke seconde telt. Ze mobiliseert de collega’s van haar sectie en haast zich naar de Federale Gerechtelijke Politie (FGP) in Brussel. Wanneer Wenke er aankomt, is er al heel wat bedrijvigheid.
“Iedereen die aan het onderzoek meewerkte, zat op dat moment samen bij de Federale Gerechtelijke Politie. Alle informatie kwam daar binnen en het gerechtelijke luik werd van daaruit geleid. Iets na negen uur kregen we de melding dat er nóg een aanslag was gepleegd, deze keer in metrostation Maalbeek. Op dat moment heb ik de collega’s gecontacteerd om versterking te vragen.”
Een team van de Federale Gerechtelijke Politie maakt zich klaar om naar de plaats van de feiten te gaan in Maalbeek. Wenke gaat als federaal magistraat mee. Net als voor de politiediensten is het voor haar onduidelijk wat ze zal aantreffen.
“Toen we daar toekwamen, was de medische discipline volop ontplooid. Gewonden werden geëvacueerd uit de metro en naar de inkomhal van een nabijgelegen hotel gebracht. Eens alle gewonden en slachtoffers geëvacueerd waren, gingen de politiediensten (labo, moordsectie en wetsgeneesheren) het metrostation in voor de sporenopname. Op geregelde tijdstippen kwamen ze terug naar boven om verslag uit te brengen. Mijn rol was vooral operationele vragen beantwoorden en terugkoppelen naar de gerechtelijke cel.”
Grootser dan wat je ooit kan meemaken
In de loop van de namiddag wordt beslist om ‘s avonds de plaatsopneming te laten doorgaan. Wenke, twee andere federale magistraten en de onderzoeksrechter gaan dan naar beneden, het metrostation in.
“Toen het zover was, heb ik tegen één van de wetsgeneesheren gezegd dat ik me niet zo zeker voelde om naar binnen te gaan. Ze zei: ‘Fixeer niet meteen op details. Kijk rond en neem de plaats in je op’. En dat lukte uiteindelijk wel.”
Binnen in het metrostation wordt elke stap begeleid en uitgelegd. De politie, de wetsgeneesheren en het labo schetsen waar de ontploffing plaatsvond en wat ze allemaal zagen. Wat Wenke aantreft, is overweldigend. Niet alleen door de omvang van de schade, maar ook door de intensiteit van de situatie.
“Het was de eerste keer dat ik met zo’n grote crime scene geconfronteerd werd. Je bent er wel op getraind, maar dit was zó anders. Je zit in zo’n focus op dat moment. Ik zou zeggen op ‘automatische piloot’, maar er was niets automatisch aan. Wat ik daar zag, had ik nog nooit eerder meegemaakt. Wat dat met mij deed als mens, is pas veel later gekomen.”
Details die blijven hangen
De herinneringen zijn vandaag fragmentarisch.
“Er zijn stukken van de dag die ik mij niet meer herinner. Het metrostation kan ik mij niet meer volledig voor de geest halen. Alleen flarden. Ik vermoed dat, doordat het zo traumatisch was, ik die beelden deels opzijgeschoven heb. Dat toont hoe groot de impact was en wat een geest doet met je herinneringen. Ik hoop dat dit grootser is geweest dan wat ik ooit zal meemaken.”
Wat Wenke is bijgebleven aan die dag zijn kleine details en soms absurde herinneringen.
“Toen we ‘s ochtends net aankwamen in Maalbeek, namen we samen met de politiediensten eerst plaats in een nabijgelegen gebouw. Iedereen was zenuwachtig. Op een bepaald moment drukte iemand van de politie per ongeluk op zijn traangas, waarna we allemaal naar buiten moesten. Het is absurd hoe die emoties toen zo dicht bij elkaar lagen.”
De nacht in: 24 uur op 24
Na de plaatsopneming keert Wenke terug naar de Federale Gerechtelijke Politie, waar ze samen met politiediensten en inlichtingendiensten de nacht waarneemt.
Wenke: “Er werd meteen een briefing gegeven over waar het onderzoek stond, welke slachtoffers geïdentificeerd waren en wie de nacht zou doordoen. Er kwam zoveel informatie binnen dat er een 24-uurspermanentie moest zijn. Samen met een collega van parket Brussel en collega’s van politie en de inlichtingendiensten namen we de nacht waar. Als er zaken binnenkwamen, konden we die samen beoordelen.”
“Omdat we er de hele nacht bleven, herinner ik mij dat we ‘s nachts midden in een leeg restaurant van de Federale Gerechtelijke Politie stonden op zoek naar eten. Niemand had eraan gedacht. We hadden water, dat was voldoende.”
Na de nacht vindt de volgende middag een briefing plaats op het Federaal Parket. In de namiddag wordt Wenke afgelost en kan ze voor het eerst naar huis.
“Het was heel fijn thuiskomen. Mijn man en mijn dochter kunnen vastnemen, deed ongelofelijk veel deugd. Je komt ineens in een andere wereld terecht, en dan volgt die ontlading.”
Samen erdoor
Terug op het werk, volgt een lange periode van adrenaline en focus. Maandenlang blijft het onderzoek op volle intensiteit verdergaan.
“Wanneer zoiets gebeurt, moet er 24 uur op 24 iemand aanwezig zijn. Dat was wekenlang zo. De dag van de aanslagen heeft iedereen van het Federaal Parket, op het Federaal Parket zelf of op verplaatsing, zijn bijdrage geleverd. Je bent dan zo’n hecht team en denkt: ‘Samen gaan we hier door’. Tijdens die intense periode hebben we veel aan elkaar gehad. We zijn als collega’s nog meer naar elkaar toegegroeid. Het schept een band, misschien wel voor het leven.”
Een jaar later komt voor Wenke de echte emotionele weerslag.
“Ik ben maandenlang in die adrenalinemodus gebleven. De hectiek van de aanslagen en het verder werken aan het onderzoek maakten die periode professioneel heel zwaar. Ik nam alle informatie door die via tipgevers en informanten binnenkwam bij de politiediensten. Maar een jaar later voelde dat ik veel sneller emotioneel werd en heel moeilijk sliep. De toenmalige procureur van Brussel wees me op het stressteam van de FOD Justitie. Met hen praten heeft me heel hard geholpen.”
Chance hebben
“Ik sta elk jaar stil bij 22 maart, maar evengoed op andere momenten. Als je door het metrostation van Maalbeek rijdt of als ik op de luchthaven ben. Onlangs zag ik een man lopen met een t-shirt van Brussels Airlines aan met een hartje op, en dat roept dan de emoties terug op. Het zijn soms kleine dingen die alles terug bovenbrengen. Het hoeft niet groots te zijn. 22 maart heeft me nog meer doen beseffen dat je ergens wel een beetje chance moet hebben in het leven. Het kan snel keren.”
>> Morgen in deel drie van deze reeks: voormalig magistraat Ine Van Wymersch vertelt hoe ze vanuit het militair hospitaal in Neder-over-Heembeek een cruciale rol speelde voor de slachtoffers