Tien jaar na de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel blikken we terug op één van de somberste dagen uit de geschiedenis van ons land. In deze reeks vertellen magistraten van het Openbaar Ministerie hoe zij die dag en de daaropvolgende jaren hebben ervaren. Niet om de feiten opnieuw te vertellen, maar om te tonen hoe ze die dag beleefden, vanuit hun functie én als mens. Vandaag vertelt Paule Somers, de voor het dossier bevoegde federale magistraat, over haar rol in het hart van het onderzoek en de uitdagingen van dit buitengewone dossier, dat een diepe stempel heeft gedrukt op de Belgische justitie.
"We werden allemaal onmiddellijk teruggeroepen"
In de ochtend van 22 maart 2016 stond alles in enkele minuten in rep en roer. Het Federaal Parket trad onmiddellijk in actie. Na de recente aanslagen in Parijs was de sfeer al gespannen en verkeerden informatie- en veiligheidsdiensten in voortdurende staat van paraatheid. Magistraten die gespecialiseerd zijn in terrorisme beseffen dat ze in een dergelijke context onmiddellijk moeten ingrijpen.
“In de ochtend van 22 maart werden we na de eerste explosie in Zaventem allemaal teruggeroepen naar kantoor. Ik maakte zelf deel uit van de antiterrorismecel en moest dus onmiddellijk naar kantoor vertrekken. De aanslagen in Parijs lagen nog maar net achter ons, waardoor we erg alert waren mocht er zich in Brussel een incident voordoen of een dringende interventie nodig zijn.”
In een dergelijke noodsituatie telt elke minuut. Er bestaan wel procedures, maar de werkelijkheid op het terrein dwingt je om snel op de situatie zelf in te spelen.
“We hadden allemaal documenten op zak waarmee we een politieauto konden vorderen om ons naar kantoor te brengen. Toen ik thuis vertrok, probeerde ik de procedure te volgen door een politiewagen te verzoeken te stoppen. De agenten keken me verbaasd aan, alsof ik hun wagen voor een taxi aanzag. Ik drong niet verder aan en nam de metro via Maalbeek.”
Een schijnbaar onbeduidend detail, maar wel één dat de kloof tussen de procedure en de werkelijkheid op een crisismoment blootlegt. Bij haar aankomst op kantoor voegde de magistrate zich onmiddellijk bij de reeds gemobiliseerde teams.
“Ik kwam naar kantoor om mijn collega's die instonden voor het dossier in Zaventem een handje te helpen, maar ik had er niet de leiding over.”
De situatie evolueerde echter razendsnel.
“Toen we te horen kregen dat er ook in Maalbeek ontploffingen hadden plaatsgevonden, kreeg ik de leiding over het dossier. Gezien de omvang en de uitgekozen locaties, viel toen al snel het verdict dat het om een terrorismezaak ging die door het Federaal Parket zou moeten worden behandeld.”
“We beseften meteen de omvang van de zaak”
Al vanaf de eerste uren begrepen de magistraten dat ze niet met een doorsnee zaak te maken hadden. De onderzoekselementen stapelden zich op, flarden informatie stroomden binnen en de recente context speelde een doorslaggevende rol in de analyse.
“Al bij de eerste kennisgeving van de twee ontploffingen in Zaventem wisten we dat dit een buitenproportioneel dossier was. Na de aanslagen in Parijs dachten we dat België dit keer aan de beurt was en waren we ons dus vrijwel onmiddellijk bewust van de ernst van de zaak.
Deze snelle bewustwording is van cruciaal belang en bepaalt onmiddellijk de organisatie van een gerechtelijk optreden, de inzet van de middelen en de activering van de mechanismen voor terrorismezaken.
Coördineren in noodsituaties
Gelet op de enorme omvang van een dergelijke situatie is het niet alleen primordiaal om de situatie in te schatten, maar ook om rechtstreeks over te gaan tot actie. Elke handeling moet op een structurele manier gebeuren. De magistrate moet razendsnel een reactie op touw zetten waarbij een groot aantal actoren betrokken is.
“Mijn eerste reflex bestond erin uit te zoeken hoe we dit dossier zouden aanpakken. Alle nodige hulpverleners, zoals de brandweer, de reddingswerkers, de ontmijningsdienst van het leger, de wetsdokter, de brand- en explosiedeskundigen, moesten worden ingeschakeld. Verder moesten we de bevoegde politiediensten, met name de DR3 of gespecialiseerde antiterrorisme-eenheid van de Federale Gerechtelijke Politie, aanwijzen en alle interventies coördineren.”
Elke beslissing in die eerste uren is bepalend voor het verdere verloop van het onderzoek.
“Alle lichamen van één site moesten naar dezelfde plek worden overgebracht om ze gemakkelijker te kunnen identificeren. Vervolgens hebben we alle telefoongegevens gevorderd en alle mogelijke camerabeelden op straat, in de metro en elders, die als aanknopingspunt konden dienen om het onderzoek op te starten."
Die eerste acties vormden de basis van een onderzoek dat verschillende jaren in beslag zou nemen.
Identificeren, begrijpen en anticiperen
Al snel stuit het onderzoek op een uitzonderlijk complexe realiteit. Het gaat er daarbij niet alleen om de daders te identificeren, maar ook om inzicht te verwerven in de organisatie, de intenties en de eventueel nog op til zijnde dreigingen.
“De uitdagingen waren legio. Eerst moesten we alle aanwezige personen identificeren. Al snel merkten we op de camerabeelden in Zaventem dat één dader vertrokken was en zijn bom ter plaatse had achtergelaten, de beruchte man met het hoedje. In Molenbeek was er een andere dader vertrokken met zijn rugzak. De taak bestond er toen in alle betrokkenen te identificeren en hun exacte rol te achterhalen.”
Maar achter die individuen zat een hele structuur die moest worden ontrafeld.
“Hoe de cel georganiseerd was, of het een andere was dan die van Parijs of ze zich opnieuw bij elkaar hadden gevoegd, dat moesten we allemaal reconstrueren. We moesten ook te weten komen of er andere terroristen eventueel een nieuwe aanslag aan het voorbereiden waren. Dankzij de computers kwamen we tot de vaststelling dat er nog ergens ongebruikte wapens lagen die we moesten traceren en waarvan we moesten achterhalen aan wie ze waren overhandigd.”
In dit soort dossiers roept elk antwoord nieuwe vragen op.
De puzzel van de vertrekken naar Syrië
Het onderzoek krijgt stelselmatig vorm. Het is geen rechte lijn, maar een complexe puzzel, waarbij elk stukje moet worden gevonden, geanalyseerd en in de andere stukjes gepast.
“De puzzel van de vertrekken naar Syrië maakte ons enigszins wijzer. We beseften dat jongeren die vanuit Brussel naar Syrië waren getrokken en contact hadden met de leiders van Islamitische Staat (IS), naar België waren teruggekeerd om de aanslagen te beramen. Ze kenden de locaties, wisten waar ze zich konden verschuilen en wie ze konden contacteren om valse papieren of wapens te krijgen.”
Voor een dergelijke reconstructie is internationale samenwerking van cruciaal belang.
“We hebben veel contact gehad met onze Franse collega’s, omdat het om dezelfde cel ging als bij de aanslagen in Parijs. Dankzij die uitwisselingen konden we de rol van bepaalde personen beter begrijpen, hetgeen ons toeliet om die informatie in ons onderzoek te verwerken.”
Sleutelmomenten zorgden voor een andere wending
Bij een onderzoek van een dergelijke omvang is de volledige puzzel nooit in één keer klaar. Ze wordt geleidelijk gelegd, via een aaneenschakeling van ontdekkingen, raakvlakken en inzichten. Naarmate de dagen verstrijken, gaan bepaalde elementen echter een doorslaggevende rol spelen. We noemen ze scharniermomenten, die het onderzoek resoluut vooruithelpen en ons stap voor stap de werking van de terreurcel laten zien.
“Er zijn verschillende belangrijke momenten geweest in deze zaak, waarvan het eerste al op de bewuste dag, met de getuigenis van de taxichauffeur. Hij vertelde ons wie hem had gecontacteerd om de koffers en de personen naar Zaventem te brengen, en liet ons zien waar ze waren vertrokken. Dankzij deze getuigenis wisten we met welke telefoon er werd gebeld en waar de jihadisten die in Zaventem toesloegen, waren vertrokken. Dat was dus het eerste échte sleutelmoment.”
In een onderzoek dat in complete chaos start, zorgt dit soort informatie ervoor dat de eerste fundamenten worden gelegd. Al snel volgen er andere ontdekkingen die het inzicht verrijken en de zaak in een stroomversnelling brengen.
“Het tweede sleutelmoment kwam er toen vuilnisophalers in de Max Roosstraat meerdere computers vonden en die aan de politie bezorgden. Die computers waren een goudmijn voor de speurders. Daarop vonden ze contactpersonen in Syrië, foto's, WhatsApp-berichten, waardoor we konden nagaan hoe ze precies te werk gingen en hoe de samenwerking met Syrië verliep.”
Vanaf dat moment krijgt het onderzoek een andere dimensie. De onderzoekers identificeren niet langer alleen individuen, maar kunnen dankzij de gestelde onderzoeksdaden een beter inzicht verwerven in de organisatie, de modus operandi en de structuur van de terroristen.
“Het moment waarop we het onderduikadres in kaart konden brengen waar het tweede commando zich schuilhield en van waaruit het zich naar het station Maalbeek begaf, was eveneens een scharniermoment. We konden plots achterhalen wie ze waren en hoe ze te werk waren gegaan, en het verband leggen tussen de aanslagen.”
Om gaandeweg vooruitgang te boeken in dit soort zaken is ook een nauwe samenwerking met de inlichtingendiensten essentieel. Zo levert elke stap vooruit nieuwe pistes op, waardoor onsamenhangende elementen met elkaar in verband kunnen worden gebracht.
“Een ander sleutelmoment was het speurwerk rond de metrotickets. Dankzij hun analyse konden de politiediensten de verschillende schuilplaatsen in de Max Roosstraat, de Driesstraat in Vorst en andere locaties van de cel aan elkaar linken. Via een eenvoudig metroticket dat bij een huiszoeking werd aangetroffen, konden we verplaatsingen traceren, uitzoeken wat het verband was en al deze schuilplaatsen met elkaar verbinden.”
Achter deze ontdekkingen schuilen langdurige, nauwgezette en geduldige inspanningen. Het gaat hierbij om een onderzoek dat stukje bij beetje wordt opgebouwd, waarbij elk detail telt.
“Al deze daadwerkelijke sleutelmomenten hebben ons in de mogelijkheid gesteld om vooruitgang te boeken in het onderzoek.”
Een buitengewoon proces
De gerechtelijke afronding van dit speurderswerk vormt een al even giganteske uitdaging.
“Je bent nooit echt voorbereid op een proces als dit. We werden geconfronteerd met ongeziene juridische problemen. Het werk was verdeeld, waarbij sommige magistraten zich bezighielden met de slachtoffers, en ik samen met mijn collega instond voor het dossier en de vordering.”
“We wisten dat het een uitzonderlijk dossier was”
Het opstellen van de akte van inbeschuldigingstelling was bijzonder veeleisend.
“Het document telde meer dan 450 pagina's, waarin de geopolitieke context werd toegelicht, duidelijkheid geschapen voor de jury en gezorgd voor een uiterst voorzichtige formulering. Ik wilde terrorisme en religie niet gelijkstellen, noch de slachtoffers bruuskeren door de manier waarop ik de feiten beschreef.”
“Het moeilijkst zijn de slachtoffers”
Naast de juridische en technische aspecten zijn het de menselijke getuigenissen die de diepste indruk nalaten.
“Het moeilijkste zijn de slachtoffers. Elk slachtoffer reageert anders. Sommigen zijn vergevingsgezind, anderen reageren boos of koesteren wrok, en dat is heel zwaar om te aanschouwen. Sommige slachtoffers lijden de rest van hun leven aan ernstige verwondingen. Dat is ontzettend zwaar.”
Erkenning, maar onvolledige antwoorden
Het proces beantwoordt niet aan alle verwachtingen, maar speelt een essentiële rol.
“Voor sommigen bleven er vragen onbeantwoord. Voor anderen heeft het proces erkenning opgeleverd en misschien ook de mogelijkheid om de draad van hun leven weer op te pikken. In elk geval is het van belang dat het plaatsvond om enige sociale vrede te herstellen.”
Tien jaar later stellen we onszelf nog steeds bepaalde vragen.
“Ik heb me altijd afgevraagd hoe het kan dat jongeren die hier zijn opgegroeid een dergelijke haat koesteren. Dat kan ik nog steeds niet vatten.”
“Alsof ik zeven jaar lang opgesloten zat”
Deze zaak heeft lang niet alleen mijn werk beïnvloed, maar ook mijn persoon geraakt. Jarenlang was ze voortdurend en overal aanwezig in mijn dagelijks leven waardoor er maar weinig ruimte overbleef voor de rest. Van buitenaf lijkt het een eenmalige of tijdelijke klus, maar het onderzoek en het proces vergden daarentegen een totale, bijna exclusieve toewijding.
“Ik heb heel hard aan deze zaak gewerkt, het was alsof ik zeven jaar lang opgesloten zat.”
Dat is te wijten aan de werkdruk en de mentale belasting van een dergelijke zaak. Naast de talloze uren die ik eraan had gewerkt, kon ik er moeilijk afstand van nemen omdat ze zo zwaar en gewelddadig was en er zoveel mensen bij betrokken waren. Al die jaren was het tempo intens, met blijvende verantwoordelijkheden en de noodzaak om door te gaan tot het einde, waardoor er weinig alternatieven overbleven.
“Vandaag heb ik het gevoel dat ik weer een normaal leven kan leiden. Toen kon het volgens mij ook niet anders, we moesten doorgaan tot het einde.”
Achter deze woorden schuilt een vaak onzichtbare realiteit van totale toewijding aan Justitie, waarbij de grens tussen het professionele en privéleven vervaagt. Al wordt een zaak afgesloten, toch verdwijnt de ervaring niet volledig. Ze laat een blijvende indruk achter, zowel op menselijk als op professioneel vlak, een herinnering aan een buitengewoon hoofdstuk in je leven, dat je onmogelijk maar half kunt beleven.
Onder permanente bescherming
In de loop van het proces dringt zich een andere werkelijkheid op waarin het dagelijks leven onder een strenge beveiliging staat. Buiten de openbare zittingen en de gerechtelijke debatten bewegen de magistraten zich in een strikt gereguleerd kader, waar elke verplaatsing wordt geregeld.
“Bij het Federaal Parket hebben we geprobeerd om dat ook tijdens de zittingen te doen, waar we gelukkig konden rekenen op bescherming. We werden dus thuis opgehaald, naar het Justitiepaleis gebracht, of naar de plaats waar het proces rond de aanslagen plaatsvond, en daarna weer thuis afgezet.”
“Dat zorgde voor heel wat minder stress voor de zitting, want het had lastig geweest als we zelf met de auto naar de rechtszaal hadden moeten rijden. We werden als het ware ontlast van elke louter materiële onvoorziene omstandigheid en konden in de auto onze aantekeningen nog eens doornemen, wat ons dus eerlijk gezegd enorm geholpen heeft.”
“Die mensen stonden altijd voor ons klaar, het was een plezier om ze erbij te hebben, ook al bezorgde het mijn entourage vaak wat stress. Alsof ik in groot gevaar was. Persoonlijk heb ik me echter nooit echt in gevaar gevoeld. Ik werd ook nooit bedreigd.”
Bescherming is weliswaar geruststellend, maar het zorgt ook voor beperkingen.
“Ik heb altijd geweigerd om op de televisie te komen, omdat ik dat gevaarlijk vond. Bovendien vond ik het ten aanzien van de politieagent die mij begeleidde en beschermde niet respectvol om mezelf te gaan blootstellen, dus dat wilde ik niet.”
>> Morgen vertelt federaal procureur Ann Fransen in het laatste deel van deze reeks over de aanslagen in Brussel en werpt ze een blik op de huidige situatie.