Hoe Ine Van Wymersch 22 maart beleefde terwijl ze de brug vormde tussen hulpdiensten en getroffen families

“Ik ben een week in het militair hospitaal van Neder-over-Heembeek gebleven. We zijn daar blijven slapen om het identificeren continu te laten doorgaan”

Nieuws

Tien jaar na de aanslagen van 22 maart in Brussel blikken we terug op een van de donkerste dagen in de recente geschiedenis van ons land. In deze reeks vertellen magistraten van het Openbaar Ministerie hoe zij die dag hebben ervaren. Niet om de feiten opnieuw te vertellen, maar om te tonen hoe ze die dag beleefden, vanuit hun functie én als mens. Vandaag deelt Ine Van Wymersch, toen substituut-procureur des Konings bij parket Brussel en aanwezig in het Militair Hospitaal van Neder-over-Heembeek, haar verhaal.

De aanslagen van 22 maart troffen niet alleen de luchthaven en het metrostation, maar ook het hart van vele slachtoffers en families. In die chaos kreeg Ine Van Wymersch een van de zwaarste opdrachten in haar carrière. 

Het is nog vroeg wanneer Ine in haar wagen stapt en richting het Brusselse parket rijdt. “In de auto luisterde ik naar Radio 1, waar net een interview met Paul Van Tigchelt bezig was. Plots zei de radiopresentator dat Paul een dringende oproep had gekregen. Ik vond dat bijzonder vreemd.” Enkele minuten later volgde het bericht van een explosie in Zaventem. 

“Ik heb nooit gedacht, de benzinetank van een vliegtuig is ontploft” 

Terwijl Ine samen met de procureur plannen maakt om de collega’s van het Federaal Parket te versterken, loopt het nieuws binnen van de ontploffing in Maalbeek. “We trokken meteen naar het crisiscentrum. Ik zie ons nog staan aan de ingang van de metro, terwijl het natuurlijk niet meer mogelijk was om een metro te nemen.” 

“Om één of andere reden wisten we allemaal: dit is een aanslag. Ik heb nooit gedacht dat de benzinetank van een vliegtuig was ontploft. Mijn copingstrategie is iets doen en handelen. Dat was toen ook niet anders.” 

Een land in shock, een team in actie 

In het crisiscentrum vallen de puzzelstukken snel op hun plaats. De vertrouwde gezichten zijn er en iedereen weet waarom hij of zij daar moet zijn. De communicatiecel wordt in sneltempo opgebouwd. “Bij het crisiscentrum is een grote zaal, waar alle mensen uit de politiek en de veiligheidsdiensten samenzitten. In een andere zaal zitten alle woordvoerders samen van politie, defensie, het lokale parket en het Federaal Parket. Daar probeerden we orde en structuur te brengen en voorstellen van tekst te maken. De vorm, de inhoud, de timing, daar probeerden we een plan voor te hebben.” 

Communicatie in crisistijd 

Al snel wordt duidelijk dat de communicatie moet worden opgesplitst. Het onderzoek vraagt een formele en sobere toon, de slachtoffers en nabestaanden vragen empathie en duiding. “Eric Van der Sypt, persmagistraat van het Federaal Parket, heeft toen alle communicatie rond het dossier voor zijn rekening genomen. Ik ben dan aangeduid om de identificatie van de slachtoffers, de opvang van de nabestaanden van de slachtoffers te faciliteren en de communicatie hierover.” 

Onder de 32, later 33 dodelijke slachtoffers, waren er negentien verschillende nationaliteiten. “Een halve wereld is betrokken”. We moesten aan de mensen uitleggen waarom het vijf dagen geduurd heeft vooraleer wij alle 32 slachtoffers konden identificeren.” 

“Er zou voor mij geen grotere straf geweest zijn dan te zeggen ‘sorry, je kan hier niks doen’” 

De aanpak van Ine is hands-one of zoals ze zelf zegt: “Ik was vooral heel blij dat ik iets mocht doen, dat ik een zinvolle bijdrage mocht leveren. Er zou voor mij geen grotere straf geweest zijn dan te zeggen ‘sorry, je kan hier niks doen, je moet thuis wachten’. Ik was tevreden dat ik daar ten dienste mocht staan van de samenleving.” 

Het gaf Ine voldoening dat ze deel mocht zijn van het intact houden van onze rechtsstaat en het intact houden van het vertrouwen daarin. “De terroristen hebben op dat punt niet gewonnen.” 

24/7 identificeren 

“Ik ben ongeveer een week in Neder-over-Heembeek gebleven. We zijn daar blijven slapen om het identificeren continu te laten doorgaan, want iedereen zit te wachten op nieuws. Ik werkte met dossiernummers. Pas maanden later hoorde ik voor het eerst de verhalen achter de slachtoffers. Dat was voor mij een manier om het vol te houden. Niet omdat ik een koele kikker ben, maar omdat ik wist dat dit voor mij de enige manier is om mijn job te kunnen doen.” 

“Wat mij ook getroffen heeft, is de enorme solidariteit tussen de collega’s en partners. Op een gegeven moment stonden we in de ruimte waar de laatste groet kon gebracht worden. Die ruimte was niet zo proper en werd meteen gepoetst toen we dit vroegen. Het zijn misschien kleine dingen, maar voor iemand die op dat moment afscheid moet komen nemen van een geliefde, kan dat belangrijk zijn.” 

Achtergelaten bagage 

Ine vertelt hoe Karima en Patrick, slachtofferbejegenaars van de luchtvaartpolitie, tot op vandaag bovenmenselijke inspanningen leveren om de bagage terug te geven. “In eerste instantie was het idee geopperd om die bagage via taxipost bij iedereen thuis te laten bezorgen. Totdat we naar die grote hangar met bagage gingen. Ik zag een koffertje met brandsporen en daar was een knuffel aangebonden. Ik vond het niet kunnen dat je via taxipost ineens die koffer aan je voordeur geleverd zou krijgen, zonder context en uitleg.” 

Ine bekommert zicht over het teruggeven van de bagage. Bagage waar vaak een bijzonder verhaal aan vasthangt. “We vroegen aan de nabestaanden hoe ze de bagage terug wilden, bijvoorbeeld gewassen of ongewassen. Daar heb ik echt geleerd dat wij de norm niet zijn, we kunnen dit niet beslissen in de mensen hun plaats. Je geeft op die manier de mensen nog een stukje controle.” En dat zijn dingen die Ine later ook in haar dossiers meeneemt. 

You can't make it better, but you could have made it a lot worse 

In de hectiek van het moment kan het soms intens worden, zeker als je niet weet of je het goed doet. “Ik heb daar toen geleerd van iemand van DVI (gespecialiseerd forensisch identificatieteam) van Interpol ‘you can't make it better, but you could have made it a lot worse’. Dat is denk ik wat je op dat moment aan het doen bent. Dat de doffe ellende door de omstandigheden niet nog ellendiger wordt.” 

Een week weg van huis 

Ine was die week afgescheiden van haar gezin. Haar vader was wel zeer dichtbij. "Mijn vader was in die periode korpschef van de politie van Brussel HOOFDSTAD Elsene. Ik herinner me dat ik in die grote vergaderzaal bij het crisiscentrum binnenkwam en dat zijn hoofd op dat enorme scherm verscheen. Hij vroeg: ‘Hoe gaat het met de kindjes?’ En ik antwoordde: ‘Ja, alles is oké, mama is erbij’. Daarna begon het overleg over de aanslagen. Ik weet wel dat mijn vader onder gigantische druk gestaan heeft. Het ging door mijn hoofd of hij af en toe niet wat meer moest slapen.” 

Een glazen bokaal 

De maanden na de aanslagen voelen voor Ine onwezenlijk aan. Ze functioneert, maar niet in dezelfde wereld als de mensen rondom haar. “Ik had het gevoel dat we drie maanden in een soort parallel universum geleefd hebben. Ik weet dat mijn man toen vaak zei ‘jij loopt hier fysiek wel rond, maar jij bent hier eigenlijk niet’.”    

Wanneer ze met vriendinnen iets gaat drinken, merkt ze hoe ver ze van het dagelijkse ritme verwijderd is. Terwijl zij vertellen over hun weekend, dwaalt haar hoofd af naar onafgewerkte taken: persoonlijke spullen die nog moeten worden teruggegeven enz. “Ik kon mijn aandacht niet meer houden bij gewone gesprekken. En ik dacht: ‘dit wil ik niet’. Ik wil mijn job 100% doen, maar ik wil mezelf er niet in verliezen.” Ze klopt aan bij het stressteam van de federale politie. “Ik had het gevoel dat ik niet in de echte wereld stond, maar in een glazen bokaal. Niemand zag dat glas, maar ik voelde het wel. Bij het stressteam beloofden ze mij te helpen dat glas af te breken.” 

Ine wilde niet aan betrokkenheid verliezen, maar wilde ook wel goed voor zichzelf zorgen. “Ik wou geen zomer met mijn gezin doormaken zonder er écht te zijn. Ik ben nog altijd blij dat de toenmalige procureur mij doorverwees naar het stressteam van de politie, want toen was er voor magistraten nog niet echt iets voorzien. Je moest het als een soort ‘superberoepsgroep’ maar zelf zien te verteren.”  

Geen commentaar is geen optie 

De manier waarop het team samenwerkte, werd later bekroond met de titel woordvoerder van het jaar. Ine benadrukt dat die erkenning niet over één persoon ging. “Ik zeg bewust ‘we’, omdat journalisten duidelijk waardeerden hoe we dit als team hebben aangepakt. Ik was het gezicht, maar de prijs hoorde ons allemaal toe.”   

Die erkenning gaf een nieuw elan aan transparante communicatie binnen Justitie. “We zijn van de idee afgestapt dat wij zullen beslissen wat we zeggen wanneer dat wij het willen. En evolueerden naar: waar detecteert men de nood aan informatie en hoe kunnen wij daaraan tegemoetkomen. Geen commentaar is daarbij geen optie,” zegt Ine. “We hebben getoond wat het effect is van je niet weg te steken en je niet te verschuilen achter begrippen als het ‘geheim van het onderzoek’.” Ze noemt het procescommunicatie of duidende communicatie: helder uitleggen wat er gebeurt, waarom bepaalde stappen tijd vragen, en welke procedures gevolgd worden zonder het onderzoek in gevaar te brengen.   

Het zorgde er ook voor dat haar visie op communicatie transparant, empathisch en professioneel voortaan niet meer ter discussie stond. “Daarna kon niemand nog zeggen: ‘leuk idee, Ine, maar we doen het niet’. Iedereen zag de kracht en de meerwaarde. Vanaf dat moment was dit de ingeslagen weg.” 

Geconfronteerd met enorme kwetsbaarheid 

“Ik ben blij dat ik nooit gestopt ben met de metro en het vliegtuig te nemen. Ik sta niet angstig in de wereld, omdat ik vooral de enorme solidariteit en veerkracht ervaren heb. Het is ongelooflijk hoeveel mensen boven zichzelf zijn uitgestegen. Ze hebben hun persoonlijk leven achtergelaten om voor dat grotere geheel te werken, omdat ze voelden dat het moest en omdat ze gewoon gigantisch professioneel zijn. En ik hoop dat die uitstraling ook ooit de uitstraling wordt van Justitie.” 

De jaren verstrijken en Ine vindt het jaar na jaar lastiger worden, “omdat je verder van het anekdotische komt en meer in het fundamentele zakt. Dit was een scharniermoment in ons land en in de wereld.” Tot vandaag keert Ine met haar team van toen jaarlijks terug naar dat ene moment van verbondenheid: “Elk jaar komen we op 22 maart nog altijd samen met de mensen van in Neder-over-Heembeek om samen een spaghetti te eten. Dat moment is heilig voor ons.” 

 

>> Morgen in deel vier van deze reeks: toenmalig federaal procureur Frédéric Van Leeuw vertelt hoe hij vanuit zijn rol de periode van de aanslagen beleefde. 

Nieuws

Ander Nieuws