Hoe de voormalige federaal procureur de aanslagen beleefde

“Er werd nog steeds omgeroepen waakzaam te zijn voor zakkenrollers. Dat contrast is me altijd bijgebleven... En dan die geur. Zelfs nu nog ruik ik soms die explosieven als ik naar de luchthaven rijd.”

Nieuws

Tien jaar na de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel blikken we terug op één van de donkerste dagen in de recente geschiedenis van ons land. In deze reeks vertellen magistraten van het Openbaar Ministerie hoe zij die dag hebben ervaren. Niet om de feiten opnieuw te vertellen, maar om te tonen hoe ze die dag beleefden, vanuit hun functie én als mens. Vandaag vertelt procureur-generaal van Brussel en voorzitter van het College van procureurs-generaal en het openbaar ministerie Frédéric Van Leeuw hoe hij de dag ervaarde te midden van het crisisbeheer. 

Een oproep die de werkelijkheid op haar grondvesten deed daveren 

De aanslagen van 22 maart vonden plaats in een bijzonder gespannen klimaat, na de schietpartij in de Driesstraat in Vorst, de arrestatie van Salah Abdeslam drie dagen later en een geplande huiszoeking in een appartement in Jette dat gelinkt werd aan de terroristische cel. In die context werd Frédéric Van Leeuw, destijds federaal procureur, opgebeld.  

“Toen we hoorden dat er een explosie was in Zaventem, wisten we niet onmiddellijk dat het ging om een terroristische aanslag. Ik zat in mijn auto toen ik telefoon kreeg van een journalist, waarbij ik dacht dat ze hadden gevonden wat we zochten, maar hij vroeg me of ik iets meer wist over de explosie die zich net in Zaventem had voorgedaan.” 

Al snel werd er heen en weer gebeld met de politie om de situatie beter in te schatten. De betrokken diensten moesten nog bevestigen dat het geen gaslek of ongeval was. Zodra de ernst van de situatie duidelijk werd, begaf de voormalige federaal procureur zich naar het Crisiscentrum. Frédéric Van Leeuw was nog maar net toegekomen toen hij vernam dat er een tweede explosie had plaatsgevonden, ditmaal in het metrostation Maalbeek.

Middenin het crisisbeheer 

Het Crisiscentrum werd meteen het knooppunt waar alle informatie, analyses, beslissingen en coördinatie samenkwamen. “Wanneer ik terugdenk aan die dag, krijg ik het moeilijk, omdat er me zoveel zaken voor de geest springen. Ik kreeg de beelden van de aanslagen zelf niet onmiddellijk te zien, omdat ik in het Crisiscentrum was. Wat ik zag en hoorde, waren de berichten met daarin een beschrijving van de situaties die we moesten verhelpen en de beslissingen die ter plaatse moesten worden genomen.”   

“Alsof de luchthaven gebombardeerd was” 

De ware toedracht werd gereconstrueerd aan de hand van flarden informatie, van noodsituaties die verholpen en keuzes die gemaakt moesten worden in een context van totale onzekerheid. Pas later, toen hij op weg was naar de luchthaven, drongen de gewelddadige gebeurtenissen tot hem door. Bij aankomst in Zaventem was Fréderic Van Leeuw erg geschokt. “De luchthaven was volledig verwoest, alsof ze net gebombardeerd was. Het was een absolute nachtmerrie. Het plafond was ingestort, de ramen gesprongen, overal op de grond lag achtergelaten bagage... en hier en daar helaas ook nog lichamen.” 

Te midden van dit tafereel hebben enkele details een blijvende indruk nagelaten. 

“Er werd nog steeds omgeroepen waakzaam te zijn voor zakkenrollers. Dat contrast is me altijd bijgebleven... En dan die geur. Zelfs nu nog ruik ik soms die explosieven als ik naar de luchthaven rijd.” 

Ontbrekende puzzelstukken 

Tien jaar later kijkt men nog steeds genuanceerd naar het onderzoek. 

“Ik sprak destijds over een puzzel, na de arrestatie van Salah Abdeslam. Iedereen was opgelucht, maar we wisten heel goed dat er nog uiterst gevaarlijke individuen vrij rondliepen. De puzzel was nog niet volledig gelegd. En de volgende dag werd helaas ook de foto van de broers El Bakraoui in de pers gepubliceerd. Uit de teruggevonden geluidsopnames weten we dat één van de twee mannen zich verontschuldigt omdat hij het oorspronkelijke plan niet kon uitvoeren en vervolgens besluit om in Brussel in actie te komen nadat hij zijn foto in de kranten heeft gezien.” 

“We hebben overal gezocht naar het wapenarsenaal van de terroristen en hebben in honderden garages in Brussel huiszoekingen verricht. We vermoeden dat de wapens door een andere bende werden gebruikt, maar dat is nooit bevestigd. Dit puzzelstukje is nog altijd niet gelegd.” 

Een ingrijpende verandering in de communicatie 

De aanslagen hebben de communicatie van het Federaal Parket grondig veranderd. 

“Het probleem was al begonnen met de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs. Toen concentreerden we ons op het onderzoek en communiceerden we niet. Dat was fout en heeft onder meer geleid tot 'Belgium bashing'. Sindsdien hebben we onze manier van communiceren drastisch veranderd.” 

Er werd een andere aanpak geïntroduceerd. “We gingen ook meer communiceren over de context en hielden daarbij rekening met de beperkingen, zoals het geheim van het onderzoek. Informatie kan immers ook aanzetten tot actie. Bovendien kwam er een structurele verandering, waarbij twee magistraten voltijds werden ingezet voor de communicatie en er communicatieprofessionals, waaronder een voormalig journalist, werden aangeworven. Dat heeft ons niet alleen meer populariteit, maar vooral een veel betere communicatie opgeleverd”, aldus de huidige procureur-generaal van Brussel. 

Daarbij kwam er ook een essentieel onderscheid. 

“We maakten een onderscheid tussen de communicatie over het onderzoek en die naar de slachtoffers toe, wat vooral belangrijk was om te voorkomen dat deze laatsten overspoeld werden door berichten en zich onvoldoende begrepen zouden voelen.” 

Een buitengewoon proces 

Het proces rond de aanslagen in Brussel werd het grootste assisenproces ooit in ons land. 

“Een groter assisenproces heeft België nooit gekend”, beklemtoont de procureur-generaal. “Het proces duurde langer dan een jaar en er werd speciaal daarvoor een gerechtsgebouw neergezet. We moesten de wet aanpassen om op meer juryleden te kunnen rekenen, een vertaling voorzien in negen talen en een radio-uitzending organiseren voor de slachtoffers in het buitenland. Naast de logistieke dimensie kregen de slachtoffers ook de uitzonderlijke gelegenheid om hun verhaal te doen.”   

Ondersteuning van het onbeschrijfelijke 

Met bijna duizend slachtoffers moest Justitie haar ondersteuning natuurlijk grondig herzien. 

“Nooit eerder werden in ons land zoveel personen fysiek en mentaal getroffen. Sommige slachtoffers wilden weten waar ze zich op het ogenblik van de feiten precies bevonden. Verschillende teams hebben urenlang beelden geanalyseerd om er elke persoon op terug te vinden, en dat was een hele uitdaging.”  

"Sommige initiatieven laten in het bijzonder een blijvende indruk na, zoals de hond die de slachtoffers begeleidde tijdens hun getuigenissen of de gespecialiseerde verenigingen die slachtoffers regelmatig opbelden om hen ondersteuning te bieden tijdens hun herstel.” 

Het begrip “slachtoffer” wordt steeds ruimer. 

“Voor mij zijn ook de eerstehulpverleners slachtoffer. Velen van hen zijn de ingrijpende gebeurtenissen nooit te boven gekomen."  

Herstel op een andere manier  

Naast het proces kwam ook het herstelrecht tot stand. Voor Frédéric Van Leeuw draagt dit soort initiatieven bij aan het herstel van de sociale verweving. “Ook nu nog ontmoeten sommige slachtoffers en daders elkaar. Dat is een opmerkelijk maar zeer persoonlijk gebeuren, en misschien wel één van de weinige manieren om bij te dragen tot de deradicalisering.” 

Collectieve bewustwording 

Tien jaar later kijken we nog steeds met verslagenheid terug op deze gewelddadige dag. Naast deze schok onthulden de gebeurtenissen nochtans ook een dieperliggende werkelijkheid. 

“Ze lieten ons zien hoe kwetsbaar we zijn. We kregen te maken met iets waarvan we dachten dat het ver van ons bed stond."  

Dit verschijnsel houdt namelijk deels verband met de geopolitieke ontwikkelingen en de globalisering. 

“Opvallend genoeg kwamen deze terroristen uit onze eigen gelederen. Het was dus geen externe, maar een interne dreiging. Het waren jongeren van hier. Dát legde onze kwetsbaarheid bloot.” 

De slachtoffers belichamen onze kwetsbaarheid  

Tien jaar later is de boodschap van Frédéric Van Leeuw er vooral één van erkenning. “De slachtoffers hebben ons, ondanks hun leed, geholpen om onze kwetsbaarheid onder ogen te zien.” We moeten opnieuw bekijken welke rol onze maatschappij daarin speelt. “Een goed functionerende samenleving is er één die zorg draagt voor de zwakkeren.” 

Ten slotte benadrukt hij dat de jeugd een cruciale uitdaging voor de toekomst vormt. 

“Bij veel van dergelijke fenomenen waren jongeren betrokken tussen 15 en 25 jaar die op zoek zijn naar zingeving. We moeten dus ook aandacht hebben voor onze jongeren, hen laten dromen en plannen laten maken voor de toekomst. Daar wordt de hele samenleving beter van.” 

  

>> Morgen, in het voorlaatste deel van deze reeks vertelt federaal magistraat Paule Somers over haar rol in het assisenproces rond de aanslagen in Brussel.  

Nieuws

Ander Nieuws