Kortom: Op de koffie met Ingrid Godart

Achter de muren van het voormalige Hospitaal Onze-Lieve-Vrouw met de Roos in Lessen en in de aangrenzende tuin met geneeskrachtige planten vertelt procureur-generaal Ingrid Godart honderduit met de glimlach en druk gebarend.

Nieuws

Achter de muren van het voormalige Hospitaal Onze-Lieve-Vrouw met de Roos in Lessen en in de aangrenzende tuin met geneeskrachtige planten vertelt procureur-generaal Ingrid Godart honderduit met de glimlach en druk gebarend. De Lessinoise koestert duidelijk een passie voor haar job, haar stad en haar inwoners, ziet het glas altijd halfvol en denkt bij steengroeven in de eerste plaats aan zwemmen.

Kan je ons iets vertellen over dit hospitaal?

Het is een iconische plek in de stad en de regio waar ik altijd heb gewoond en waaraan ik enorm gehecht ben, en het is bovendien nog veel te weinig bekend. Dat is jammer, want het is prachtig, zeker na de ingrijpende restauratiewerken. Dit pronkstuk van Lessen getuigt bovendien fantastisch van het verleden en de manier waarop er bijna 800 jaar geleden, in de middeleeuwen, voor de armen en de zieken werd gezorgd en hoe de geneeskunde toen werd uitgeoefend.

Is jouw verhaal onlosmakelijk verbonden met Lessen?

Ik ben geboren in Charleroi en belandde op tweejarige leeftijd in Lessen, waar ik mijn hele schooltijd heb doorlopen. Mijn moeder was gelovig en mijn vader 100% atheïst. Mijn ouders hebben voor mijn opvoeding dus allebei water bij de wijn moeten doen. Ik werd gedoopt, heb mijn eerste en plechtige communie gedaan en zowel het kleuter- als lager onderwijs doorlopen in La Visitation, omdat mijn moeder vond dat hier meer dan in het Atheneum de nadruk werd gelegd op discipline. Verder zong ik als sopraan in het koor Saint-Pierre.

En de middelbare school?

Daarover had mijn vader het laatste woord. Hij vond het Koninklijk Atheneum (nu het Athénée Royal René Magritte - die hier geboren is) een uitstekende school. Het was een gezellige middelbare school, met kleine klassen en gepassioneerde leerkrachten, één van de mooiste periodes van mijn leven. Bovendien studeerde ik Latijn-Moderne talen, een richting die niet erg populair was, waardoor ik het geluk had les te kunnen volgen in heel kleine klassen.

Wat deed je na schooltijd?

In de jaren ‘80, de tijd van Depeche Mode en The Cure, was ik met mijn lange jas, spijkerriem en handschoenen helemaal new wave. Met onze vriendengroep spraken we geregeld af in een jongerencafé. In de zomer gingen we zwemmen in de oude steengroeven waar porfier werd ontgonnen, de steen waarvan straatstenen en kasseien werden gemaakt en waarvoor men vanuit heel België kwam. Aan het begin van de vorige eeuw waren er talloze steengroeven. Toen ik een tiener was, waren er echter nog maar twee steengroeven operationeel (en die zijn dat vandaag nog steeds). De meeste andere waren verlaten, waaronder de Trief-steengroeve in het bijzonder, die volledig met water was gevuld en voor ons dienst deed als strand.

Was dat niet verboden?

Ja, want de onderstromen maakten het erg riskant. We zwommen dan in water met een aangename temperatuur en kwamen plotseling in een ijskoude stroming terecht. Dat was natuurlijk heel gevaarlijk.

Wat deden jouw ouders?

Mijn ouders waren allebei zelfstandige en runden een winkel met elektrische huishoudapparatuur. Hoewel ze enorm hard werkten, zowel op week- als zaterdagen, en ik ze dus niet vaak zag, heb ik een heel mooie jeugd gehad en kwam ik niets tekort.

Zijn er nog juristen in de familie?

Geen enkele, ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn grootmoeder van vaderskant werd op haar 36ste weduwe. Ze verdiende de kost als naaister en voedde haar kinderen helemaal alleen op, zonder enige sociale bijstand. Ze groeiden op in bescheiden omstandigheden, maar kwamen niets tekort. Mijn grootvader aan moederskant is in 1947 vanuit de Abruzzen naar België gekomen om in de Centrumregio in de steenkoolmijnen te werken. Zijn vrouw, die toen zwanger was van mijn moeder, voegde zich later bij hem, waarna ook zij zeer waardig, maar in alle bescheidenheid leefden.

Vanwaar de beslissing om rechten te gaan studeren?

Ik heb lang getwijfeld over Politieke en Sociale Wetenschappen, maar koos toen voor rechten omdat die studie meerdere deuren opent en je daarmee overal aan de slag kunt. Bovendien had ik Le pull-over rouge van Gilles Perrault gelezen en zag ik mezelf wel op een dag als onderzoeksrechter. Met dat idee in mijn achterhoofd begon ik aan deze studie. Ik werd daarbij aangemoedigd door mijn ouders, die het al geweldig vonden dat ik naar de universiteit ging.

Om onderzoeksrechter te worden?

Dat was mijn plan. Na mijn studies startte ik aan de balie in Doornik, wat ik erg leuk vond en waar ik mijn ei volledig kwijt kon. Na mijn stage startte ik mijn eigen advocatenkantoor in Lessen. Aangezien mijn man ook advocaat is en ik weet hoe het is om als kind te moeten opgroeien met twee zelfstandige ouders, wilde ik niet opnieuw in diezelfde situatie - met af en toe moeilijke momenten - terechtkomen. Bovendien droomde ik altijd al van een carrière als onderzoeksrechter. Ik nam dan ook deel aan het toelatingsexamen voor de magistratuur, waarvoor ik slaagde. In 1999 solliciteerde ik voor een plaats als substituut-procureur des Konings bij het parket van Doornik en sindsdien heb ik het Openbaar Ministerie nooit meer verlaten. Ik ben dus nooit onderzoeksrechter geworden.

Heb je daar spijt van?

Helemaal niet. Uit elke zelfs negatieve of pijnlijke ervaring valt altijd iets positiefs te halen. Je moet ervaringen opdoen, niet op je lauweren rusten, maar risico's durven nemen, jezelf in vraag stellen en de tijd nemen om na te denken over wat er wel of niet goed is gegaan, waarom en hoe het zo is gelopen, en daar de lessen uit trekken om niet opnieuw dezelfde fouten te maken, om vooruit te gaan.

Je bent nu al drie jaar procureur-generaal. Kunnen we een eerste balans opmaken?

Dit project heb ik deels te danken aan mijn voorganger, Ignacio de la Serna. Hij was de eerste die me zei: “Waarom zou je niet solliciteren? Jij zou de perfecte kandidaat zijn om mij op te volgen”. En omdat ik van uitdagingen houd, besloot ik om ervoor te gaan. Ik moest een beetje uitzoeken hoe ik te werk zou gaan, mezelf organiseren en leren hoe ik de verschillende aspecten van dit ambt kon combineren en op elkaar afstemmen, want uiteindelijk draag je als procureur-generaal meerdere petten tegelijkertijd. Ik vind het erg leuk om te doen, het is een buitengewoon interessante functie.

En binnen het College van procureurs-generaal?

Het werkritme is pittig en alles wat binnenstroomt, is dringend. Maar ook al werken we vaak onder tijdsdruk samen met erg verschillende persoonlijkheden, toch heerst er een zeer goede verstandhouding omdat we elkaars eigenheid respecteren. We zetten ons gezamenlijk in voor de continue uitoefening van de strafvordering en de optimale werking van het Openbaar Ministerie. Daarvoor vertrekken we vanuit een voortdurende consensus waarbij iedereen zijn soms heel verschillende of zelfs tegengestelde ideeën kan uiten en we naar elkaar kunnen luisteren met respect voor wat de ander te zeggen heeft, om vervolgens op zoek te gaan naar de best mogelijke oplossing.

Je lijkt veel belang te hechten aan interpersoonlijke relaties.

Teamwerk en collegialiteit vormen de hoekstenen van het Openbaar Ministerie, waar we elkaar helpen en ondersteunen. Bij een heikel probleem bespreken we dat, want iedereen kan vanuit zijn ervaring de oplossing of een deel ervan aandragen, ongeacht zijn/haar graad of functie. Vanuit die gedachte heb ik bij het parket-generaal van Bergen teams samengesteld uit magistraten, juristen en administratief personeel, waarin iedereen een volwaardige rol speelt. Ik wil ervoor zorgen dat elke medewerker gemotiveerd is en zo goed mogelijk opgeleid en dat iedereen zich écht betrokken voelt bij het team.

Vanwaar die motivatie?

Er is niets ergers dan ‘s ochtends tegen jezelf te moeten zeggen: “Pff, weer gaan werken!” om dan met tegenzin op kantoor aan te komen. Het is belangrijk om blij te kunnen gaan werken en het gevoel te hebben dat je ergens toe bijdraagt. Voor mij is dat wat me vooral aantrekt in een functie. Natuurlijk spelen ook de materiële werkomstandigheden, het imago en de communicatie een rol, maar we moeten vooral laten zien hoe belangrijk ons ambt is om onze democratische waarden te verdedigen. We mogen niet vergeten dat ons beroep zinvol is, en dat is niet onbelangrijk. 

Dat is een interne vaststelling. En extern? Het imago van Justitie is verre van perfect.

Uit de laatste peiling blijkt dat één op de twee Belgen niet langer vertrouwen heeft in Justitie. Het wordt moeilijk om daar iets aan te doen, zeker omdat soms onjuiste of uit hun context gehaalde ideeën razendsnel via sociale media en artificiële intelligentie worden verspreid en velen die voor waar aannemen. Justitie speelt dus niet snel genoeg op de bal. Toch haalt ze alles uit de kast om zich staande te houden in een samenleving die steeds dieper verstrikt raakt in verschijnselen die twintig jaar geleden niet aan de orde waren, zoals phishing, hacking en cybercriminaliteit.

Wat kunnen we doen om de situatie te verbeteren?

Het zal een uiterst moeilijke opgave zijn om dat vertrouwen in de huidige context te herstellen omdat er een totale tweespalt bestaat tussen alles wat de burger kent (zoals de virtuele wereld waarin een groot aantal mensen leven) en de nauwkeurige en strikte antwoorden die wij steeds proberen aan te reiken. Omwille van deze discrepantie is er dus veel werk aan de winkel, waarvoor zeker in tijden van bezuiniging geen wondermiddel bestaat. Justitie weerspiegelt de menselijke samenleving. Ze moet gelijke tred houden met en zo snel mogelijk inspelen op de ontwikkelingen ervan. Duikt er een nieuw misdrijffenomeen op, dan moeten onmiddellijk alle nodige middelen wordeningezet en een adequaat strafrechtelijk beleid gevoerd worden om het in te dammen. Daarmee wil ik echter niet zeggen dat we machteloos moeten toekijken. We mogen juist de moed niet verliezen en moeten vastberaden ons werk voortzetten!

Heb je naast jouw functie als procureur-generaal nog voldoende tijd over voor jouw gezin?

Dat is lastig. Ik heb drie kinderen, waarvan er twee het huis uit zijn en er nog eentje studeert. Aangezien we elk onze bezigheden hebben, vinden we maar moeilijk momenten waarop iedereen beschikbaar is. We kiezen daarom meestal bepaalde zondagen of lange weekends uit voor gezinsactiviteiten. Persoonlijk heb ik het geluk dat mijn man ook altijd vele uren heeft gewerkt en daardoor begrip toont voor het feit dat mijn computer, zowel thuis als op vakantie, aanstaat. Mijn weinige vrije tijd besteed ik echter graag met onze honden, katten en paarden, en in de zomer houd ik ervan om in onze tuin en moestuin te werken. Ik ben ook een grote fan van films, maar wegens tijdsgebrek moet ik de films die me interesseren vaak opnemen, waardoor er regelmatig een tiental op mijn kijklijst staan. Ik lees ook veel, vooral tijdens de zomervakantie, en ga af en toe naar rock- en hardrockconcerten. Zo heb ik recent nog The Black Crowes in de AB en Molly Hatchet in de Zik-Zak in Itter gezien.

Ga je nog zwemmen in de Trief-steengroeve?

Neen, die tijd is voorbij. Ze hebben overal hekken geplaatst, dus ik kan er niet meer bij. (lacht)

Je lijkt vrolijk van inborst.

Ik ben positief ingesteld en extravert. Dat is mijn mediterrane kant, ik praat met mijn handen en communiceer vrij gemakkelijk. Ik houd enorm van humor en ben fan van Audiard, Desproges en Coluche. Ik vind het leuk als mensen zich bij mij op hun gemak voelen. Ik ben empathisch en ook wel vrolijk, ja. Aan sombere, treurige geesten heb ik een hekel. Voor mij is het glas steeds halfvol, nooit halfleeg. Bovendien vind ik enthousiasme aanstekelijk. Ik kan nog steeds verwonderd zijn over een bloem in de tuin, een vogel in een boom of de zonsondergang. Dat klinkt misschien dom, naïef of kinderachtig, maar ik ben niet afgestompt. Integendeel, ik besef nu dat het leven veel te kort is en dat er zoveel te doen, te ontdekken en te leren valt.

Een korte afsluiter over de streek?

Ik ben gehecht aan mijn streek en vind het jammer dat Henegouwen maar al te vaak wordt beschreven als één van de economisch en sociaal moeilijkste regio’s van het land, terwijl het een prachtige provincie is met onverwachte, paradijselijke plekken. Er heerst een bepaalde levenswijze, waar de mensen voor elkaar klaarstaan, een solidariteit en eenvoud die het verdienen om te worden gezien. Dat is wat ik hier in Lessen terugvind. De inwoners zijn eigenzinnig, koppig maar hebben een groot hart. Het leven is hier eenvoudig maar goed, en dat waardeer ik enorm. Ik houd ervan als mensen zichzelf zijn en zich niet anders proberen voor te doen.

Nieuws

Ander Nieuws