College van procureurs-generaal

Deze nieuwe omzendbrief is erop gericht het opsporings- en vervolgingsbeleid te definiëren inzake mensensmokkel en de hulp bij de illegale binnenkomst, het illegale verblijf en de illegale doortocht van vreemdelingen. De omzendbrief wil in eerste instantie een hulpmiddel zijn voor de parketmagistraten en de politieambtenaren in de strijd tegen mensensmokkel en legt dan ook een werkwijze op om misdrijven inzake mensensmokkel op te sporen en te vervolgen, zonder evenwel afbreuk te doen aan de beoordelingsbevoegdheid van de magistraten, die hun optreden kunnen afstemmen naargelang het geval en op grond van lokale situaties.

De evolutie van het fenomeen op het terrein noopte tot een herziening van de vorige omzendbrief, meer bepaald omdat het fenomeen zich momenteel vooral verplaatst naar personen die het Belgische grondgebied doorreizen op weg naar het Verenigd Koninkrijk. De modi operandi, de omvang van de door de daders ingezette middelen, het geweld ten aanzien van de politieambtenaren en de slachtoffers, het niet altijd duidelijke onderscheid tussen de slachtoffers en de daders, het aantal slachtoffers, en de interactie tussen de criminele organisaties in de verschillende stadia van de mensensmokkel, zijn eveneens factoren die ertoe hebben geleid dat de richtlijnen terzake moesten worden bijgewerkt.

De omzendbrief wil dit misdrijffenomeen zo doeltreffend mogelijk aanpakken, met de bedoeling om de daders te bestraffen en om mogelijke slachtoffers te beschermen. Slachtoffers kunnen een verblijfsvergunning krijgen in geval er verzwarende omstandigheden zijn zoals bijvoorbeeld het misbruik maken van hun kwetsbaarheid of wanneer ze in gevaar worden gebracht. De focus ligt hierbij vooral op niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV). Het gaat hier niet om het in goede banen leiden van de migratiestromen noch om het bestrijden van illegale immigratie, want dit is boven alles een bestuurlijke aanpak.

Mensensmokkel is bovendien een fenomeen dat de grenzen van de gerechtelijke arrondissementen en het Belgische grondgebied overschrijdt. Deze omzendbrief bevat dan ook niet alleen maatregelen ter verbetering van de synergiën tussen arrondissementen maar ook een belangrijk luik over de internationale samenwerking.

In de omzendbrief wordt verder benadrukt dat het financiële luik evenmin uit het oog mag worden verloren en dat, meer in het bijzonder, de criminele winsten moeten worden opgespoord, in kaart gebracht en verbeurdverklaard.

Omwille van de coherentie met de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zijn de richtlijnen inzake het bieden van hulp bij de binnenkomst, het verblijf en de doortocht in deze omzendbrief inzake mensensmokkel opgenomen.

De nieuwe omzendbrief verstrekt aan de parketmagistraten richtlijnen over de vervolging van feiten van hulp bij de illegale binnenkomst, het illegale verblijf of de illegale doortocht van vreemdelingen in België en de toepassing van de clausule van vrijstelling van verantwoordelijkheid in het geval dat de hulp voornamelijk vanuit humanitaire overwegingen werd verleend.

Pagina's