College van procureurs-generaal

Op 16 september 2020 heeft het voltallige College van procureurs-generaal, zijnde de vijf procureurs-generaal, een overleg gehad met de commissie Justitie naar aanleiding van het strafonderzoek naar het overlijden van de heer Chovanec.  Dit overleg kwam er op vraag van het College van procureurs-generaal dat kennis had genomen van de uitnodiging van de procureur-generaal van Bergen en de procureur des Konings van Charleroi door de commissie Justitie teneinde hen te horen over het gerechtelijk onderzoek naar de omstandigheden van het overlijden van de heer Chovanec.

Het Openbaar Ministerie betuigde zijn diepe medeleven aan de familie van het slachtoffer en uitte de uitdrukkelijke wens dat de volledige waarheid aan het licht zou komen. Het beklemtoonde dat er geen sprake is van een doofpotoperatie. Zo werden de camerabeelden gevrijwaard, is het gerechtelijk onderzoek volop bezig en is de dienst enquêtes van het Vast Comité P belast met de onderzoeksdaden.

Het College onderstreepte in de commissie dat de omstandigheden die hebben geleid tot het overlijden van de heer Chovanec het voorwerp uitmaken van een lopend gerechtelijk onderzoek, onder de leiding en het gezag van een onderzoeksrechter, die het onderzoek voert in alle onafhankelijkheid en onpartijdigheid, à charge en à décharge, en naar alle elementen die dienstig kunnen zijn om de waarheid aan het licht te brengen.

Het College herinnerde hierbij aan enkele belangrijke rechtsprincipes, zoals de rechten van verdediging, het recht op een eerlijk proces, het vermoeden van onschuld, en het geheim van het strafonderzoek. Het waarschuwde tegen  publieke uitspraken met onvoldoende inhoudelijke kennis van het dossier en waarbij de indruk wordt gewekt dat het proces al gevoerd is en de personen  die bij de feiten zijn betrokken al bij voorbaat schuldig zijn, terwijl het onderzoek nog bezig is en niet alle elementen van dat onderzoek, ten laste en ten ontlaste, gekend zijn.

Het College van procureurs-generaal uitte verder zijn bezorgdheid over de interferentie van de werkzaamheden van de commissie Justitie en/of Binnenlandse Zaken van het Parlement met dit lopend gerechtelijk onderzoek. Het wees erop dat de bevoegdheden van de commissie Justitie en/of Binnenlandse Zaken beperkt zijn en dat deze geen parlementaire onderzoekscommissie is. Het College wenst aldus te voorkomen dat de werkzaamheden van de commissie in de plaats zouden treden van het gerechtelijk onderzoek en dit in gevaar zouden brengen.

Tegelijkertijd wees het College op het bijzonder onderzoek van de Hoge Raad voor de Justitie dat thans volop bezig is. Het verzocht de commissie Justitie het resultaat van dit bijzonder onderzoek, waarvoor het Parlement nog recent de bevoegdheden van de Hoge Raad voor de Justitie gevoelig heeft uitgebreid, af te wachten. Het bepleitte tevens om de resultaten van het toezichtsonderzoek van het Vast Comité P af te wachten. Het College van procureurs-generaal verklaarde zich bereid om nadien, desgevallend samen met de Hoge Raad voor de Justitie, met de parlementairen in debat te gaan over de vaststellingen en aanbevelingen van deze rapporten.

De voorzitter van het College van procureurs-generaal vroeg tijdens zijn tussenkomst ook uitdrukkelijk dat het Parlement en de Regering vaker hun vertrouwen zouden uitspreken in de rechterlijke macht en in de vele andere actoren van Justitie die, vaak in de schaduw van het geheim van het onderzoek, alle dagen hun werk meer dan naar behoren doen.

Maar bovenal vroeg het College van procureurs-generaal dat de onderzoeksrechter en de procureur des Konings zich in het gerechtelijk onderzoek verder voluit zouden kunnen concentreren op het achterhalen van de waarheid en de exacte oorzaak van het zeer betreurenswaardige overlijden van de heer Chovanec.

 

De integrale tekst van de tussenkomst van de voorzitter van het college van procureurs-generaal is als bijlage gevoegd.

 

Pagina's