Parket West-Vlaanderen

In het tweede seizoen van ‘Het Parket’, de reeks die sinds 8 september 2022 op Play4 wordt uitgezonden, werd het parket van West-Vlaanderen gevolgd. Een van de gezichten van de reeks is magistraat Frank Demeester die aan de slag is bij de afdeling Brugge en zich toelegt op mensenhandel en mensensmokkel. Hoe was het om deel te nemen aan ‘Het Parket’? Wat maakt werken bij het Openbaar Ministerie zo bijzonder? En waarom werd hij ooit magistraat? Frank vertelt het vol gedrevenheid.

Frank: “In mijn omgeving kreeg ik af en toe de vraag: ‘wat doe je nu eigenlijk bij het parket van West-Vlaanderen?’ en ‘hoe werkt zo’n parket?’. Door deel te nemen aan de reeks ‘Het Parket’ kregen we de ideale kans om de werking van het parket van West-Vlaanderen aan de buitenwereld te tonen. Net als bij de andere parketten van het land komen hier alle criminaliteitsfenomenen aan bod.”

Van A tot Z

Vooraleer Frank aan de slag ging bij het Openbaar Ministerie was hij advocaat. Het is dankzij zijn vrouw dat hij na enkele jaren de overstap maakte.

Frank: “Ik ben eerst acht jaar advocaat geweest, iets wat ik altijd heel graag heb gedaan. Als advocaat behartig je het privébelang van iemand, wat soms een beetje tegenstrijdig is aan het algemeen belang. Je moet ervoor zorgen dat je de best mogelijke situatie uit de brand sleept voor je cliënt. Toen ik advocaat was, was mijn echtgenote aan de slag als parketjuriste en later als magistraat. Ik zag waar zij mee bezig was bij het Openbaar Ministerie en hoe het er functioneerde. Op die manier had ik al een binding met het OM. Het begon me steeds meer te boeien en ik nam op een bepaald moment deel aan het examen beroepsbekwaamheid om zo magistraat te worden. Na mijn examen kon ik aan de slag bij het parket van Kortrijk en vervolgens het parket van Brugge, waar ik nog steeds werk."

“Nog een voordeel van het Openbaar Ministerie is dat we de enige zijn in die hele gerechtelijke keten die een dossier weten geboren worden en het volgen tot het einde. Je hebt de initiële vaststellers bij de politie die de vaststellingen doen, je hebt dan de rechercheurs die de vaststellingen van hun collega’s lezen en dan begint het gerechtelijk onderzoek. Iedereen ziet een stuk van het dossier voorbijkomen waarop hij onderzoek moet voeren, maar wij zijn de enige die van A tot Z het volledige dossier volgen. Daardoor voelt het echt aan als jouw dossier.”

Door advocaat te zijn geweest, beseft hij dat er soms misvattingen bestaan bij de balie over het Openbaar Ministerie.

Frank: “De mensen van de balie hebben vaak een verkeerd beeld van het Openbaar Ministerie. Ze gaan er vanuit dat we geen initiatiefmogelijkheden hebben doordat we binnen een hiërarchische structuur werken. Wat helemaal niet klopt. Ik ben al tien jaar bezig met mensenhandel en mensensmokkel en heb binnen bepaalde krijtlijnen de vrijheid om de nodige initiatieven te blijven nemen binnen dat fenomeen, dit met de steun van mijn korpsleiding. Dat geeft ook een zekere zelfstandigheid, waarbij je contacten legt met verschillende partners. Door dat gevarieerde werkveld zit ik niet vastgeroest binnen de hiërarchische structuur die de mensen denken dat het is.”

“Justitie draait voor een groot stuk op de goodwill van de mensen die er werken. Er zijn overal beperktheden aan mensen en middelen. Je moet net dan voldoende gedrevenheid hebben om toch voor dat ideaal te gaan dat je hebt uitgestippeld. Het Openbaar Ministerie moet hiervoor de juiste mensen aantrekken en hen op de juiste plaats zetten. Iemand die geïnteresseerd is in jeugddossiers, moet aan de slag kunnen binnen de jeugdafdeling van een parket. Die kan daar heel mooie dingen realiseren. Elk fenomeen vraagt een grote inzet, maar wanneer je plezier kan hebben in het werk dat je doet, zal je het beste functioneren. Hoe meer mensen op de juiste plaats, hoe beter voor je organisatie.”

 

"Je moet als magistraat geloven dat je dingen kan veranderen en mensen kan helpen." - Frank Demeester (Magistraat parket West-Vlaanderen) 

 

Een steen verleggen

Magistraten hebben niet alleen een grote gedrevenheid en wil om het verschil te maken, maar zijn ook realistisch in de fenomenen waarrond ze werken.

Frank: “Je moet realistisch zijn en je niet laten overdonderen door bepaalde fenomenen. Drugs bijvoorbeeld zullen nooit volledig verdwijnen uit onze samenleving. Denken dat je als magistraat de toevoer van drugs volledig zal kunnen droogleggen, is een illusie. Wat je wél moet doen, is proberen dat fenomeen zo veel mogelijk beheersbaar te houden en een beleid uitstippelen waarmee je het verschil kan maken. Heb je bepaalde drugs kunnen tegenhouden of terugdringen die maatschappelijk gezien enorm veel miserie veroorzaken, dan heb je toch een steen verlegd in dat verhaal. De drugslading die je onderschept hebt, werd niet door mensen geconsumeerd."

“Het zijn die kleine overwinningen die je als magistraat de kracht geven om door te zetten. Als we een bepaalde organisatie kunnen ontmantelen of mensen uit een hachelijke situatie kunnen redden, dan heb je effectief iets positiefs bereikt. Denk maar aan mensen die op het punt staan verscheept te worden met een container, kinderen die in een moeilijke thuissituatie zitten. Als je die situaties weet om te buigen, dan heb je iets betekend voor die mensen. Je moet geloven dat je dingen kan veranderen en mensen kan helpen.”

Magistraten hebben een afwisselende job: dossierwerk, zittingen, vergaderingen dag- en nachtdiensten en afstappingen.

Frank: “Je moet in onze job altijd alert blijven. Je weet nooit wat er op je afkomt. Dat maakt het net boeiend en spannend, maar is tegelijkertijd soms ook moeilijk. Gelukkig heerst er op ons parket een grote collegialiteit onder de collega’s. We kunnen altijd bij elkaar te rade gaan, wat goed is om eens een tweede idee te horen over een bepaalde situatie die zich voordoet. Hoe ga ik dit aanpakken? Hoe zou mijn collega het aanpakken? Hoe schatten we het probleem in? Welke stappen ondernemen we? Door multidisciplinair te overleggen, kom je soms tot inzichten waaraan je vanuit je eigen werkdomein niet meteen gedacht zou hebben.”

“Stel: er is een meisje uit een instelling verdwenen en twee dagen later is ze terug. Je zou als jeugdmagistraat kunnen zeggen: ‘de verdwijning is opgelost, het meisje is goed terechtgekomen, maar waar ze is geweest wil ze niet zeggen en dat zijn eigenlijk onze zaken niet’. Vanuit mijn perspectief als magistraat mensenhandel en mensensmokkel rinkelt er dan toch een belletje en denk ik ‘zouden we toch niet eens moeten kijken waar dat meisje in tussentijd geweest is?’. Voor hetzelfde geld was ze afhankelijk van iemand en kwam ze in de prostitutie terecht.”  

 

"De reddingsacties van transmigranten zijn situaties die voor altijd op mijn netvlies gebrand staan. Het gaat om mensen van vlees en bloed." - Frank Demeester (parket West-Vlaanderen)

 

Tussen leven en dood

Al tien jaar lang ligt de hoofdfocus van Frank op dossiers rond mensenhandel en mensensmokkel. Voor veel mensen lijkt het een ver-van-mijn-bedshow. Maar niet voor Frank.

Frank: “Wat bijzonder is aan mensenhandel en mensensmokkel is dat het een combinatie is van een bestuurlijke en een gerechtelijke problematiek. We werken met verschillende partners samen, waaronder politie, Dienst Vreemdelingenzaken, opvangcentra voor slachtoffers, burgemeesters, gouverneurs, enzovoort. Burgemeesters kijken op een bepaalde manier naar transmigranten en de smokkelproblematiek. De gouverneur kijkt daar dan misschien weer op een andere manier naar. Veel burgers zijn jammer genoeg niet geïnteresseerd in mensenhandel en mensensmokkel, omdat het een problematiek is die ver van hun bed lijkt te staan.”

“Mijn collega van het arbeidsauditoraat Filiep De Ketelaere en ikzelf geven af en toe lezingen over het thema mensenhandel en mensensmokkel. Daar horen we veel frustraties en vragen van burgers zoals ‘is het eigenlijk wel nuttig dat je dit werk doet?’, ‘zou je de transmigranten beter niet gewoon allemaal laten vertrekken naar Engeland?’. Laat je de problematiek begaan, dan geef je je verantwoordelijkheid uit handen. Stel dat er plots 39 doden zijn in het Verenigd Koninkrijk nadat je de transmigranten vanuit België gewoon liet vertrekken, hoe denk je dat ze in het Verenigd Koninkrijk gaan reageren? ‘Jullie werken hier niet op, dat kan niet!’. En dat kan ook niet. Het kan niet dat je toelaat dat er bepaalde gevaarsituaties gecreëerd worden onder je neus.”

“Ik probeer geregeld ter plaatse te gaan op het moment dat er bijvoorbeeld bootjes met transmigranten worden aangetroffen door de politie. Dat geeft een heel ander beeld dan dat je het dossier aan je bureau leest. Je ziet met je eigen ogen hoe die mensen aan wal worden gebracht in ons land, hoe ze zich voelen, hoe ze warmtedekens over zich heen gedrapeerd krijgen en hoe de tolken hen helpen communiceren. De reddingsacties zijn telkens weer situaties die voor altijd op mijn netvlies gebrand zullen staan. Het gaat om mensen van vlees en bloed. Sommige mensen zitten al zo lang op zee dat ze onderkoeld geraakt zijn, van zeewater zijn beginnen drinken en al dagen niets meer gegeten hebben. Je ziet ook hoeveel werk de politiediensten op zo’n moment moeten verrichten. Wanneer het dossier later op zitting komt, dan kan je daarover vertellen alsof je er zelf tussen zat, omwille van het feit dat je ter plaatse was. Je kan dat in de rechtbank dan veel levendiger brengen.”

 

"Ik heb veel begrip voor de vluchteling, maar ik heb geen begrip voor de crimineel die de situatie van deze mensen uitbuit." - Frank Demeester (parket West-Vlaanderen)

 

Begrip

Frank: “Ik begrijp de transmigranten die de Noordzee willen oversteken. Ze doen op zich niets verkeerd, ze willen alleen weg uit een bepaalde situatie, en nemen daarvoor veel risico’s. Als transmigrant kom je aan een vrachtwagen, en denk je ‘oké, ik neem het risico en ga met deze vrachtwagen mee naar Engeland’. Eens ze de deur openen, blijkt het een frigocontainer te zijn. Dan zal je transmigranten hebben die zeggen: ‘nee, dat wil ik niet’. De smokkelaars zullen hen dan onder druk zetten: ‘Luister, je bent naar hier gekomen, je hebt betaald en dit is de manier waarop je naar Engeland geraakt of je zoekt maar iemand anders’. Hetzelfde met boten. We zien soms dat transmigranten in boten worden vervoerd waarbij de schroeven van de motor kapot zijn, er te weinig brandstof is… Dat zijn hachelijke situaties waarbij de smokkelaars zich niets aantrekken van die mensen.”

“Ik heb veel begrip voor de vluchteling, maar ik heb geen begrip voor de crimineel die de situatie van deze mensen uitbuit. Deze mensen zijn gevangen in de handen van de criminelen. Ze zijn afhankelijk van hen en het vervoer dat ze krijgen. Geraken ze niet over? Dan moeten ze de crimineel misschien nóg eens betalen om hopelijk de volgende keer wél over te geraken. Als je die schrijnende situaties met eigen ogen ziet, dan weet je ‘we zijn hier met het parket terecht op aan het werken’. We moeten die criminelen aanpakken en willen vermijden dat er incidenten ontstaan of erger: doden vallen. De mensen die je redt zijn soms ontgoocheld dat ze de oversteek niet hebben gehaald. Maar als je dan ziet uit welke hachelijke situatie we hen hebben gehaald... Een situatie die vroeg of laat hun dood zou hebben betekend. Sommige mensen zitten verstopt tussen yoghurtpotjes in een koelwagen, anderen tussen kleine plastic bolletjes waarin ze kunnen stikken eens die bolletjes uitgeladen worden.”

De achterkant van de maatschappij

Frank: “Als magistraat zie je vooral de achterkant van de maatschappij. We zien situaties waarin mensen elkaar proberen uit te buiten of de kleine kantjes zoeken van iemand om die te misbruiken. De macht van de ene wordt misbruikt tegenover de andere. Dat zien we in organisaties, binnen gezinnen, tussen buren en op internationaal vlak. Er zijn nu eenmaal verhoudingen in deze wereld die ervoor zorgen dat de een boven de ander gaat staan. Het is normaal dat er machtsverhoudingen zijn, maar als je die verhoudingen begint te misbruiken door degene die minder macht heeft naar jouw hand te zetten, dan kunnen er zich problemen voordoen. Miljoenen Belgen houden zich echter wél aan de regels en komen niet met ons in aanraking. De mensen die in de gevangenis zitten, zijn slechts een fractie van de volledige bevolking van België. Er zit gelukkig dus ook veel goeds in de mensen.”

 

Hoe is parket West-Vlaanderen gestructureerd?

Het parket van West-Vlaanderen bestaat uit 4 afdelingen: Brugge, Ieper, Kortrijk en Veurne. In totaal werken er ongeveer 270 mensen. Het gaat daarbij om 62 magistraten, 17 juristen, 6 criminologen en 185 administratieve medewerkers. Iedere afdeling staat onder de dagelijkse leiding van de procureurs des Konings en de hoofdsecretaris, die in elke afdeling worden bijgestaan door een afdelingsprocureur en een afdelingssecretaris.

De vier afdelingen kennen fenomeengerichte teams (zoals ‘team verkeer’ en ‘team jeugd en gezin’). Sommige fenomenen zijn evenwel gecentraliseerd in één afdeling, zoals ruimtelijke ordening en leefmilieu, mensensmokkel/mensenhandel, cybercrime en volksgezondheid.

 

 

>> Alle afleveringen van de reeks 'Het Parket' zijn hier te herbekijken

 

Pagina's