Parket-generaal en auditoraat-generaal Brussel - Nieuws

1.

In zijn mercuriale voor het hof van beroep, geeft de procureur-generaal van Brussel eerst het gebruikelijke overzicht over de werkzaamheden van het hof en de rechtbanken en van het parket-generaal en van de vier arrondissementsparketten van het ressort Brussel het voorbije jaar.

Hij vestigt de aandacht op de gebrekkige werking van het veiligheidskorps in het Brusselse Justitiepaleis. Wat we nu al jaren meemaken, getuigt volgens de procureur-generaal, van een structureel falen van het systeem, dat al wie werkt in dit Justitiepaleis al jaren aanklaagt en dat een belangrijke oorzaak van de gerechtelijke achterstand in strafzaken is waarvoor maar geen oplossing wordt geboden. De procureur-generaal spreekt de hoop uit dat de gerechtelijke taken voor het nieuwe korps, de directie beveiliging bij de federale politie (DAB), een prioriteit zouden zijn.

Inzake de beheersautonomie voor het Openbaar Ministerie legt de procureur-generaal uit waarom het Openbaar Ministerie de raamovereenkomst met de minister van Justitie niet heeft ondertekend. Hij verzet zich tegen een afschaffing van de wettelijke kaders, zolang er geen garantie is op voldoende, recurrente budgettaire middelen om deze autonomie in de praktijk om te zetten en zolang de toepassing ervan op het terrein niet heeft aangetoond dat de beheersautonomie tot eenieders tevredenheid functioneert. Hij bepleit een ernstige versterking van het kader van het hof van beroep van Brussel.

De procureur-generaal raakt, als portefeuillehouder van deze materie binnen het College van procureurs-generaal, terug ook even de problematiek van het terrorisme aan. Hij schetst hoe de politieke autoriteiten vandaag reeds en wellicht morgen in nog sterkere mate worden geconfronteerd met de vraag wat te doen met de Belgische mannen en vrouwen en hun kinderen die als foreign terrorist fighters de rangen van DAESH zijn gaan vervoegen, zich thans bevinden in kampen in Syrië of Irak en naar België wensen terug te keren. Hij is van oordeel dat het Openbaar Ministerie zich dient te onthouden de uitlevering van een Belgische foreign terrorist fighter te vragen, indien dit juridisch en praktisch onmogelijk zou zijn of indien uit een evaluatie van de veiligheids –en inlichtingendiensten zou blijken dat betrokkene bij zijn terugkeer een gevaar voor de openbare veiligheid betekent. Dan komt het aan het Openbaar Ministerie toe niet aan te dringen op zijn terugkeer, ook al komt dit de strafvervolging of de strafuitvoering misschien niet ten goede. Hij acht het van groot belang dat in deze problematiek het Openbaar Ministerie de loutere strafrechtelijke finaliteit overstijgt en ageert en meedenkt als onderdeel van de totale veiligheidsketen. Het opnemen van verantwoordelijkheid hierin zal volgens hem één van de grote uitdagingen voor het Openbaar Ministerie in het komende jaar zijn.

Ten slotte maakt de procureur-generaal een analyse van enkele recente spionagezaken, waarbij hij tot de vaststelling komt dat spionage in België geen virtueel gegeven is, maar concreet aanwezig is, om vervolgens aan te tonen dat ons wettelijk strafarsenaal om spionagemisdrijven te vervolgen zeer gedateerd is – sommige artikelen dateren van vóór de tweede wereldoorlog – en aangepast dient te worden aan de hedendaagse maatschappij en de realiteit. Hij stelt daarbij een concreet wetsartikel voor.

2.

In zijn mercuriale voor het arbeidshof geeft de procureur-generaal van Brussel eerst het gebruikelijke overzicht over de werkzaamheden van het hof en de arbeidsrechtbanken en van het auditoraat-generaal en van de vier arbeidsauditoraten van het ressort Brussel het voorbije jaar.

Vervolgens stelt hij twee concrete projecten voor die door het auditoraat-generaal van Brussel worden gepiloteerd. Een eerste project is de pool "sociale fraude" waarbij 17 magistraten van de arbeidsauditoraten en het auditoraat-generaal momenteel reeds een 25tal complexe dossiers inzake sociale fraude beheren en zulks in het kader van de verticale integratie van het Openbaar Ministerie waarbij de magistraat-titularis zijn dossier zowel in eerste aanleg als in graad van beroep behandelt. Een tweede project betreft een gestructureerde en geïntegreerde aanpak, met politiediensten, inspectiediensten, fiscale administratie, RSZ, enz. om de slapende vennootschappen in Brussel aan te pakken. Deze vennootschappen, die enkel met frauduleuze bedoelingen in het Brusselse worden opgericht, zijn een echte plaag.

 

Klik hier voor de mercuriale en haar bijlage.

 

03/09/18

De procureur-generaal van Antwerpen vraagt in zijn mercuriale aandacht voor de fase van de strafuitvoering, fase in de strafketen waaraan in het verleden onvoldoende aandacht is besteed.

Vanuit historisch perspectief is er bijvoorbeeld nooit in een wettekst geëxpliciteerd wat we willen bereiken met de straf/strafuitvoering, de zogenaamde strafdoelstellingen, en dringt een grondig debat zich op.

Heel de materie van de strafuitvoering is trouwens gedurende lange tijd en nog steeds voornamelijk geregeld geweest bij ministeriële besluiten, Koninklijke Besluiten en ministeriële omzendbrieven.

Het initiatief van de huidige minister van Justitie om de wetgever te laten tussenkomen in dit wettelijk vacuüm, en de opmaak van een eigen codex voor de strafuitvoeringsfase, kan dan ook alleen maar toegejuicht worden.

Het College van procureurs-generaal stelt zich wel vragen bij de praktische uitvoering en de onvolledigheid ervan.

De afstand tussen de straftoemeting (de straffen opgelegd door de rechter) en de uitvoering ervan is doorheen de jaren dermate geëvolueerd dat we mogen spreken van een crisis van de strafuitvoering en ook van een legaliteitscrisis.

Er is natuurlijk de problematiek van de overbevolking van de gevangenis als fenomeen dat decennialang de strafuitvoering heeft uitgehold. Maar ook het grote scepsis ten aanzien van de doelmatigheid van de huidige invulling van de gevangenisstraf is naast de niet-uitvoering een element van de crisis en er dient nagedacht te worden over nieuwe vormen van opsluiting.

In de mercuriale wordt verder stilgestaan bij de problematische inning van de geldstraffen en wordt toelichting gegeven bij de uitgetekende procesbeschrijvingen TO BE lange termijn die in de schoot van het Openbaar Ministerie werden uitgetekend om tot een efficiënter verloop van de strafuitvoering te komen.

Aandacht gaat ook naar het dramatisch verloop van de SUO-onderzoeken in het ressort Antwerpen, te wijten aan een algemeen capaciteitstekort binnen het ressort en dit zowel bij justitie en de politiediensten als bij financiën.

Ook de opvolging van personen vrijgelaten onder voorwaarden is een materie waar zich bepaalde problemen stellen en die vatbaar is voor verbetering.

Een adequate uitvoering van de straffen vraagt immers dat talrijke betrokken partners samenwerken, een samenwerking die bemoeilijkt wordt doordat iedere partner met een eigen informaticasysteem werkt, en tussen deze systemen veelal geen communicatie mogelijk is waardoor de werkprocessen manueel verlopen, identieke gegevens herhaaldelijk opnieuw moeten geregistreerd worden, wat leidt tot veel tijdverlies, slechte opvolging en kans op fouten.

Het Openbaar Ministerie pleit dat werk zou worden gemaakt van de uitbouw van een ‘centrale module strafuitvoering’, zodat de fase van de strafuitvoering – die bij uitstek in aanmerking komt voor automatisering – effectief ontsloten kan worden, met een efficiënt verloop van de werkprocessen en een OM dat haar sleutelrol inzake de strafuitvoering waar kan maken. Het OM draagt immers wettelijk verantwoordelijkheid inzake de strafuitvoering en dient dan ook te beschikken over een eigen informaticatool, zijnde een tool in eigen beheer waar typedocumenten aan gekoppeld kunnen worden.

Het Openbaar Ministerie is bezorgd over de ICT-projecten (uitrol I-Belgium+, voorwaardenregister, elektronische dossiers, generale intake financiën) die heden ten dage worden uitgebouwd, die op zichzelf quick wins zijn, maar vragen doen rijzen over de coherentie tussen deze projecten en of deze tussenstops de realisatie van een ‘centrale module strafuitvoering’ niet hypothekeren.

Gepleit wordt ook om de informatisering niet te laten stoppen bij de uitvoering van de politiestraffen (verkeersovertredingen), maar ook werk te maken van een efficiëntere uitvoering van de moeilijkere correctionele veroordelingen zodat niet alleen u en ik maar ook de echte criminelen worden aangepakt.

Er zal er een politieke bereidheid moeten zijn hierin te investeren en hiervoor geld vrij te maken. Het is onze overtuiging dat deze investering zichzelf zal terugwinnen, niet alleen geldelijk (door de spijziging van de staatskas door een betere inning zoals in Nederland), maar ook op het vlak van veiligheid en nog meer algemeen het herstel van het vertrouwen van de burger in justitie doordat het gevoel van straffeloosheid wegvalt. Kortom dat deze essentiële schakel in een democratische maatschappij zich herstelt.

Het lijkt in dit verband dan ook aanbevolen dat bij de volgende regeringsvorming een staatssecretaris strafuitvoering wordt aangesteld exclusief bevoegd voor deze materie.

Voor de Mercuriale klik hier.

 

03/09/18