Strafrechtelijk beleid

De procureur-generaal van Brussel is lid van het College van procureurs-generaal, dat bestaat uit de procureurs-generaal bij de vijf hoven van beroep en arbeidshoven van het land. Dit College geeft de minister van Justitie advies over de ontwerprichtlijnen inzake het strafrechtelijk beleid die door de minister worden voorgelegd en het is belast met de ontwikkeling en de coördinatie van het beleid inzake de opsporing en de vervolging van misdrijven.

Artikel 143bis, § 5, lid 4, van het Gerechtelijk Wetboek voorziet dat er specifieke taken kunnen worden toegekend aan de leden van het College van procureurs-generaal.

Het Koninklijk besluit van 9 december 2015 betreffende de specifieke taken van de leden van het College van procureurs-generaal bepaalt in artikel 2 dat de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel wordt belast met specifieke taken met betrekking tot de volgende materies:

1° het recht en de criminaliteit in financieel-, fiscaal- en economisch zaken en de corruptie;
2° het terrorisme en de sekten;
3° de jeugdbescherming;
4° het slachtofferbeleid.

In elk van die aangelegenheden is de procureur-generaal te Brussel verantwoordelijk voor de coördinatie van een expertisenetwerk.

De expertisenetwerken, opgericht bij artikel 143bis, § 3, lid 4 en volgende, van het Gerechtelijk Wetboek zorgen ervoor, onder het gezag van het College van procureurs-generaal en onder de leiding en het toezicht van de voor de betreffende aangelegenheden speciaal aangewezen procureur-generaal, dat de informatiedoorstroming tussen de leden van het Openbaar Ministerie wordt bevorderd. Bovendien kunnen zij door het College worden belast met elke ondersteuningsopdracht met het oog op de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Het idee is de horizontale uitwisselingen binnen het Openbaar Ministerie te bevorderen, de parketten van de procureurs des Konings en de arbeidsauditoraten te betrekken bij de ontwikkeling, toepassing en evaluatie van het strafrechtelijk beleid, en te zorgen voor een opening naar externe partners toe.

In die geest zijn de expertisenetwerken samengesteld uit magistraten van de parketten-generaal, de arbeidsauditoraten-generaal, het federaal parket, de parketten van de procureurs des Konings en de arbeidsauditoraten. Ook andere deskundigen, afkomstig van instellingen en diensten die belangrijke partners vormen in functie van de behandelde materies, maken deel uit van de expertisenetwerken. Bij wijze van voorbeeld kunnen hier de FOD Justitie, de politiediensten, het OCAD, de administraties voor jeugdhulpverlening en die van de justitiehuizen van de drie gemeenschappen worden aangehaald.

Er nemen ook magistraten van het parket-generaal en het auditoraat-generaal te Brussel deel aan de activiteiten van de expertisenetwerken inzake de aangelegenheden die onder de specifieke taken van de andere procureurs-generaal vallen.

Ingevolge de zesde staatshervorming, die tot de communautarisering van de justitiehuizen heeft geleid, werd er door het College van procureurs-generaal bovendien een magistraat van het parket-generaal te Brussel aangewezen om een permanente overleggroep Openbaar Ministerie-Justitiehuizen op te richten en te coördineren.

Deze permanente overleggroep, die zoals een expertisenetwerk is samengesteld, is een ontmoetingsplaats voor het Openbaar Ministerie en de verantwoordelijken van de justitiehuizen van de drie gemeenschappen. De groep vormt een overlegplatform om oplossingen te vinden en voorstellen te formuleren die aan de bevoegde instanties worden voorgelegd: het College van procureurs-generaal, de minister van Justitie, alsook de bevoegde administraties en ministers van de gemeenschappen. Hij kan ook vragen doorgeven aan de expertisenetwerken of de overlegstructuren die bij het samenwerkingsakkoord van 17 december 2013 met betrekking tot de uitoefening van de opdrachten van de Justitiehuizen werden opgericht.

Het doel is een nauwe samenwerking in stand te houden en de samenwerkingsverbanden te onderhouden die tussen het Openbaar Ministerie en de justitiehuizen bestonden vóór de zesde staatshervorming, dat wil zeggen toen de justitiehuizen van de federale overheidsdienst Justitie afhingen.